REGIO |
12 december 2011
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie, Holland Combinatie ()
PURMEREND - Wordt het kalkoen of wildgebraad? Een driegangen maal misstaat zeker niet tijdens de feestdagen en daarom wordt er vaak nu al over het diner nagedacht. Voor sommige mensen schaft de pot tijdens Kerstmis niets anders dan gebruikelijk.
Mensen die weinig te spenderen hebben, moeten roeien met de riemen die zij hebben. En gelukkig is er dan nog de Voedselbank, een stichting waar elke week een pakket vol etenswaren opgehaald kan worden. Voor de rubriek 'Een dagje meelopen met..' hielp redacteur Kelly van Roosmaelen mee met het inpakken en uitdelen van de voedselpakketten.
De eerste voedselbank in Nederland werd in 1999 opgericht door Stichting MinusPlus. Achterliggende gedachte was om de 'minners' in deze samenleving te ondersteunen met de restgoederen van de 'plussers'. De stichting ging in 2002 op in de Stichting Voedselbank Nederland en op 21 maart 2006 werd er ook in Purmerend een eigen Voedselbank opgericht. De Purmerendse Voedselbank verstrekt voedsel en levensmiddelen aan Waterlanders die onder een bepaald bestaansminimum leven. Cliënten kunnen maximaal drie jaar een beroep op deze gratis hulp doen. Alleen mensen met een indicatie van het SMD komen in aanmerking voor een wekelijks pakket.
Supermarktactie op Meerland
'De pakketten worden samengesteld met behulp van diverse bedrijven. Supermarkten en groothandels die producten afstaan omdat deze niet meer verkocht kunnen worden omdat de uiterste houdbaarheidsdatum nadert of omdat de verpakking is beschadigd. Daarnaast ontvangen wij producten van lokale bakkers, boeren en particulieren. Mensen en bedrijven die kerstpakketten over hebben, kunnen deze aan ons kwijt. Verder zamelen kerken geregeld producten in en houden wij ook supermarktacties. Op donderdag 15 december bijvoorbeeld is een team van de Voedselbank te vinden bij supermarkten Deen en Vomar op winkelcentrum Meerland. Wij doen dan een beroep op het winkelende publiek om een artikel voor de cliënten van de Voedselbank in de boodschappenkar te leggen', zo vertelt coördinator Maurits Miete.
Race tegen de klok
Na deze korte introductie van de coördinator stroop ik de mouwen op en ga ik aan de slag. Ik mag enkele dames helpen om kaaspakketjes te maken. In totaal moeten er 128 voedselpakketten worden samengesteld dus moet de flinke hoeveelheid kaas eerlijk worden verdeeld. Tijdens het inpakken, spreek ik vrijwilligster Anita. Zij is één van de 22 vrijwilligers die Voedselbank Purmerend rijk is. 'Ik heb MS en ben volledig afgekeurd. Van alleen maar thuiszitten word ik niet vrolijk, ik vind het fijn om iets voor een ander te kunnen betekenen. Ondanks dat het, vanwege mijn ziekte, soms fysiek zwaar is, krijg ik hier zoveel energie van.'
Het is een race tegen de klok, want over amper 2 uur gaan de deuren voor de cliënten al open. Er moet nog veel werk worden verricht. Na het inpakken van de kaas begeef ik mij naar de rolband. Hier worden de basispakketten ingepakt. Onder andere blikken soep, bonen, pakken rijst, chips en een zak aardappelen verdwijnen in moordend tempo in de kratten. Binnen het tijdsbestek van een kwartier zijn alle 128 basispakketten gevuld. De meeste vrijwilligers hebben geen vaste dagbesteding of kampen met gezondheidsproblemen. Ik ben onder de indruk: dit loopt als een goed geoliede machine.
'Er zijn steeds meer pakketten te vullen'
Vervolgens wordt het busje uitgeladen. Kratten vol verse, verpakte groenten en brood worden in de loods aan de Van IJsendijkstraat neergezet. Dit blijkt vooral een mannenklus te zijn dus help ik de dames met het inpakken van de snoepzakjes. Alhoewel, zakjes? Zoveel lolly's heb ik in mijn leven nog niet bij elkaar gezien. Maar met de naderende feestdagen in aantocht, mogen de kinderen wel iets extra's krijgen. Vrijwilligster Nannie veegt de boel nog even aan, haalt een doekje over de tafels en dan gaan we gezamenlijk aan tafel. De magen worden gevuld alvorens de cliënten klokslag 13.30 uur hun voedselpakket komen ophalen.
Tijdens de lunch krijgt Miete telefoon. Hij heeft zojuist gehoord dat een boer uit de Beemster appels en peren ter beschikking wil stellen. 'Goed nieuws, want er zijn steeds meer pakketten te vullen. Een half jaar geleden zaten wij er nog op 100, nu al op 128. En ik denk dat daar nog veel meer bij gaan komen. Het zijn moeilijke tijden', aldus Miete.
'In het begin ging er een vriend mee, ik schaamde mij'
En dan is het zover, de deur gaat open en de cliënten stromen binnen. Eerst halen ze bij mij, en de vrijwilligers Theo en Theo, een basispakket op. Vervolgens ontvangen ze van Anita diepvriesloempia's en een ijsje, van Marciano en Ronald groenten en van René vers brood. Het valt al snel op dat de vrijwilligers en cliënten een band met elkaar hebben opgebouwd. Mensen kennen elkaar bij voornaam, informeren naar elkaar en de algehele sfeer is gemoedelijk. In de rij staat Oscar. Hij is sinds juli cliënt van de Voedselbank. 'Ik heb een eigen bedrijf gehad. De zaken gingen niet meer goed en een faillissement volgde. Ik bleef met schulden achter en via instanties kwam ik erachter dat ik recht had op een wekelijks voedselpakket. De eerste paar keer ging er een vriend mee als ik mijn pakket moest ophalen. Ik schaamde mij. Maar nu vind ik dat niet meer terecht. Ik ben ontzettend blij dat er noodhulp is voor mensen die het slecht hebben. Er moet meer duidelijkheid komen, want volgens mij hebben veel mensen recht op een voedselpakket.'
'Wij hebben drie kinderen en 100 euro per week te besteden'
Ook Renate had enkele jaren geleden niet kunnen vermoeden dat zij een beroep zou moeten doen op de Voedselbank. De Purmerendse raakte haar baan kwijt, kon samen met haar man de hypotheek van hun koopwoning niet meer opbrengen met als gevolg dat de woning middels een executieveiling werd verkocht. 'Ik heb nu gelukkig weer een baan, maar de restschuld van onze woning moeten we nog deels aflossen. Wij hebben drie kinderen en 100 euro per week te besteden. Dat is niet te doen. Een collega van mijn man vertelde destijds over de Voedselbank. Het was heel moeilijk om deze stap te zetten, maar ik ben heel blij dat het er is.'
Tijd voor mij om afscheid te nemen. Eenmaal thuis gonzen de verhalen nog door mijn hoofd. In deze moeilijke economische tijd kunnen velen het hoofd amper boven water houden. En als we de kenners mogen geloven, is het einde nog niet in zicht.