De aquarel is de vluchtigste van de technieken die de beeldende kunstenaar ter beschikking staan, de riskantste ook. Terwijl met olie- en acrylverf minder gelukte plekken overgeschilderd, dan wel afgekrabt kunnen worden, is met waterverf de grens tussen slagen en mislukken heel scherp te trekken en het komt geregeld voor dat wat er nat heel goed uitzag in opgedroogde toestand toch niet aan de verwachting voldoet. Zeker: er zijn aquarellisten die dan met bleekwater of met de douche de schade proberen te herstellen, maar het hartveroverende, spectaculair stralende van een, meestal met veel water en weinig pigment vervaardigde schildering op papier zit hem toch in de directheid, de eenmaligheid, die ook voor een leek heel navolgbaar is.De aquarellen van Paul Cézanne zijn een schoolvoorbeeld van hoe door de buitenkant van de dingen, hun zijn in het licht te schilderen de ziel zich openbaart en de waterverfschilderijen van William Turner dringen door tot de geest in en achter de materie. Geliefde Nederlandse schilders als René Daniels en Marlène Dumas 'aquarelleren' vaak ook als ze andere dan waterverf gebruiken, terwijl de Ploegschilder Job Hansen de "benzinerel" uitvond, om ook met olieverf zeer transparant het landschap te kunnen oproepen. We mogen hopen dat hij tijdens het werken met deze techniek niet rookte. Hij omzeilde zo het enige nadeel van de aquareltechniek: dat hij altijd achter glas getoond moet worden.De Hollandse Aquarellistenkring, in mei 1945 in het atelier van Kees Verwey opgericht door onder anderen Charles Roelofsz en Otto B. de Kat heeft op dit moment 56 leden van alle leeftijden en omvat zeer verschillende stijlen en opvattingen, diverse werkwijzen en technieken. Vrijwel de gehele Kring exposeerde afgelopen zomer in de Haagse Kunstkring, onder de toepasselijke titel "Daden van Licht" en van 3 tot en met 9 september houdt de vereniging een "Vlootschouw" van nieuw werk in Museum Waterland, Kaasmarkt 16, 1441 BG Pumerend. En dit keer is alles oningelijst, zodat de beschouwer nog directer deel kan hebben aan hoe en wat van het getoonde. Er is magisch realisme van Wu Zhi en Ionika Aalders, zenpoezie van Hans Landsaat en Henk Zomer, kleurabsolutisme van Arnold Niessen en Geeske Walsma, bijbelstudie van Toine Moerbeek en ironische virtuositeit van William Lindhout, klassiek modernisme van Theo Linneman en Barbara ten Holt, verhaal en anecdote van Joanna Quispel en Wendelien Schoenfeld, geestlicht van Suzanne van Reenen en Rob Otte, landschappelijkheid van Jan van Kempen en Bram Stoof, straattaferelen van Gorki Bollar, polystylisme van Rudolf Valster, purisme van Marian Plug, identiteitsonderzoek van Margreet Bouman en kleurmuziek van Marjoke Staal en Harry Visser. En dat is er vanzelfsprekend ook allemaal niet, want échte kunst onttrekt zich aan categorisering en laat zich niet benoemen. Zoals meestal zullen de exposanten, die in het diepst van hun hart het eigen werk natuurlijk het beste vinden, verrast worden en verbaasd staan door wat de collega's dit keer tonen. Elke expostiedag zijn van 12:00 tot 17:00 uur drie aquarellisten aanwezig en op zondag9 september vanaf 15:00 uur vindt een feestelijke finissage plaats.
Voorlezen in zes bibliotheken
Expositie Peke Kuiken
Expositie Adrie Oudejans
Tentoonstelling Emo Verkerk - schilderijen & beelden
Expositie Rebeca Bacoi
Meer agenda