REGIO |
18 januari 2012
|
2
|
Door
MarlijnMarlijn, dichtbij-meeschrijver
UTRECHT - In Utrecht zou een regenbui mij niet doen verbazen. Ik zou slechts met een zucht mijn regenpak uit de kast pakken of voor het verlaten van de voordeur mijn paraplu uitklappen. ‘Kom maar op regen, mij houd je niet tegen!’ De mensen die ik tegenkom op mijn route door de stad zouden een opmerking maken over dat ‘vieze weer’ of bij het parkeren van hun fiets een zakje over hun zadel trekken.
Hier in Bethlehem is regen het gesprek van de dag. Het is niet dat het hier nooit regent, maar iedere bui zorgt voor een gevoel van spanning. Enerzijds omdat de meerderheid van de huizen lekt bij een hevige regenbui en dat de elektriciteit het meestal na een paar uur hemelwater begeeft, anderzijds omdat de regen nu uiterst belangrijk is.
Hoe meer het nu regent, hoe meer reserves men kan opbouwen voor de droge zomer. Er is nauwelijks water in de maanden mei tot en met september, dus alles wat nu verzameld kan worden is een geschenk uit de hemel.
Het regent al uren, ik kijk naar buiten en zie een groepje doorweekte buurmannen onder een te kleine paraplu staan. Het water stroomt als een kolkende rivier van onze straat het dal in. De gastankverkoper laat zich dankbaar betalen en de groenteman gaat eerder dicht vandaag.
Vanaf ons balkon zie ik dat de heuvel tegenover ons volledig in duisternis gehuld ligt. Ik zie voor me hoe de bewoners daar rondom kaarsjes hun dagelijkse rituelen vervolgen. Groente wordt schoongemaakt, bloezen worden gestreken en kinderen worden verschoond. Dat terwijl het water in steeds dominantere hoeveelheden door de muren sijpelt, zich een weg over de vloer baant en de kleden doordrenkt.
Op het dak staan de heren de watertanken te controleren, zo nodig te stabiliseren. Met een glimlach staren ze naar de grijze wolken. Hoewel deze regenbui zorgt voor toekomst, blijven de families nu wel thuis met natte voeten. Want het is toch te koud om ergens heen te gaan! Bovendien zijn de steile bergpaden te glad voor de afgesleten autobanden hier.
Kortom, ik ervaar een opmerkelijke mengeling van dankbaarheid en frustratie. Terwijl we in Nederland rustig afwachten tot de bui verdwijnt en we dankbaar de zon verwelkomen, zijn ze hier zowel bezorgd als tevreden met een regenbui en hopen ze dat hij nog even aanhoudt en toch ook gauw vertrekt. Met een deken om me heen staar ik nog steeds naar de waterdruppels die zich nog steeds vermeerderen. Ik hoop dat het gauw droog wordt, maar ik voel me daar wel schuldig over.
Marlijn (26) uit Utrecht doet voor drie maanden vrijwilligerswerk in Israël en Palestina voor Sabeel en WI'AM.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 18 januari 2012