WONEN |
24 januari 2012
|
reageer
|
Door
MarlijnMarlijn, dichtbij-meeschrijver
UTRECHT - Het waait behoorlijk en de wolken hangen zwaar boven mijn hoofd. Ik bevind mij in het noorden, in de Golanhoogten om precies te zijn. In de verte zijn de besneeuwde bergtoppen gehuld in een grijze deken en de bomen die de heuvels opklimmen joelen hysterisch. Dit weer past goed bij deze geheimzinnige verlaten plek.
Links van mij ligt de Syrische grens, gemarkeerd met een zwaar hekwerk waarachter een strook niemandsland door de Verenigde Naties wordt bevolkt. Er stieren regelmatig Israëlische soldatenjeeps over de stoffige paden voorbij en paradoxaal genoeg kachelt er af en toe ook een roedel quads met toeristen achteraan. Als ze weg zijn is het behalve het geruis van het hoge gras en het gekraak van gescheurd plastic, weer helemaal stil.
Om mij heen staan verlaten panden met kogelgaten in de deuren en grote scheuren in de muren. Uit het raam hangt een obscure slinger van papier of geplastificeerd karton. Ik loop over de met onkruid begroeide paden en kijk naar binnen bij één van de huisjes. Een morbide sfeer omringt mij bij het zien van een kamer vol met gekleurde tassen. Mijn reisgenoten lopen elders over het terrein, zij snuffelen op dezelfde manier, opzoek naar het verhaal dat bij deze plaats hoort. Ik schrik op van een denderend geluid en zie dat de wind een emmer meeneemt over de restanten van de geasfalteerde weg. In het volgende huisje hangt een telefoon aan de muur. De hoorn bungelt aan het gekrulde snoer en wiegt mee met de wind. Eronder ligt een omgevallen rode kruk. Een boom heeft zich door het gebroken dak gewurmd en groeit lustig door. Ik baan mij een weg door de distels en trek krampachtig de klimoptakken opzij. Ik zie nu dat de vierkanten panden rijen vormen tot ver in de horizon. Ik was me er niet van bewust dat dit terrein zo groot was!
Een paar honderd meter na dit verlaten oord stuit ik op zo’n vijftig tanks. Geparkeerd in nette rijen en omringd door Israëlische soldaten. De rupsbanden zakken weg in de modder en stilletjes hoop ik dat dit, en de restanten van de militaire basis, betekent dat het al een tijdje stil is hier. De Druzische appelboer aan de kant van de weg geeft in elk geval wel die indruk. Met een grote glimlach verkoopt hij zijn blozende appels en potjes honing in verschillende formaten. Hij babbelt vriendelijk en verbetert blijmoedig mijn poging tot een Arabische zin. En knagend bedenk ik me dat deze appel te zoet is voor oorlogstaferelen. In elk geval vandaag.
Marlijn (26) uit Utrecht doet voor drie maanden vrijwilligerswerk in Israël en Palestina voor Sabeel en WI'AM.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 13 februari 2012