REGIO |
06 december 2011
|
1
|
Door
MarlijnMarlijn, dichtbij-meeschrijver
UTRECHT - In alle vroegte staan we daar. Op dat koude perron op Utrecht Centraal, met een muts over onze oren. Een kopje koffie in de ene hand en de Sp!ts in de andere. We gapen en staren af en toe angstvallig naar het informatiebord. Een zucht galmt over het perron, als de tien minuten vertraging wordt omgeroepen. Als het nou maar niet langer duurt.
Nederland
Gisteren was er nog een storing en toen stonden we een uur in de kou te verpieteren. Als eenmaal de trein in de verte zijn blauw, gele aangezicht toont, schuifelen we allemaal alert naar de rand van het perron. Geërgerde blikken als de één met z’n rolkoffer over je voet rijdt of als de ander ineens recht voor je gaat staan.
De trein kachelt binnen en de stres neemt toe. De strijd voor de zitplek is begonnen. We laten eerst de uitstappende menigte door de nauwe opening verdwijnen. Een enkeling staat in de weg en krijgt een boze blik toegeworpen. Als de laatste is uitgestapt, vult het wandelpad zich met voeten, ellebogen en tassen. De billen worden op de zitplaatsen geperst en de rest staat schouder aan schouder en teen aan teen tegen elkaar aan. Geagiteerde blikken kruisen elkaar en sjaals worden afgedaan. Elke ochtend weer hetzelfde liedje. De trein rijdt weg.
Israel-Palestina
In alle vroegte staan we daar. In een metalen kooi die ons leidt naar de eerste controlepost. Één voor één laten we ons paspoort en onze vergunning zien. We hopen dat we verder mogen naar de tweede controlepost en lopen na een goedkeurende knik opgelucht verder. We wurmen ons door een ijzeren draaideur en lopen hutje mutje achter elkaar aan. We lopen nogmaals via een metalen kooi een hal binnen en sluiten aan bij de duizelingwekkende rij.
We babbelen wat en bewegen langzaam in de richting van de tweede controlepost. Boven ons, op metalen loopplanken, lopen soldaten van nog geen 19 jaar ons te observeren. Ze dragen mitrailleurs om hun nek en kijken ons verveeld en glazig aan. Bij teveel herrie schettert een vrouwelijke soldaat door de luidsprekers dat we onze kop moeten houden. We worden van alle hoeken gefilmd en één misstap wordt direct gestraft.
Uiteindelijk staan we voor de tweede draaideur waarboven een verkeerslichtje brandt. Het groene licht dwingt drie mensen door de deur te lopen. Bij de vierde die probeert te passeren klikt hij op slot. We zetten onze tas en jas op een lopende band en lopen zelf door een metaaldetector.
Bij de alarmtoon moeten we terug om onze schoenen uit te doen en armbanden en oorbellen af te geven. Gillend krijgen we de opdracht door te lopen. Als de alarmtoon zich koest houdt, krijgen we alles netjes terug in ruil voor het laten zien van ons paspoort en onze vergunning. Als we wederom weten te passeren gaan we door naar de derde controlepost.
Daar laten we nogmaals ons paspoort en onze vergunning zien. Nu maar hopen dat we niet weer ondervraagd worden en dat we gauw door mogen lopen. De soldaten die ons aanstaren zijn 18 jaar en zitten daar maar in hun hokje. Ze doen exact wat hen opgedragen wordt, de hele dag lang. Ze knikken verveeld en de deur gaat open. Onze collega mocht vandaag helaas niet mee, hij haalt z’n schouders op en gaat weer terug naar huis.
We lopen door de laatste kooi naar buiten en haasten ons naar het busje dat ons naar de stad zal rijden. We gooien ons hele gewicht in de strijd om in die bus te komen. Als hij vol is, moeten we nog langer wachten. Daar zitten we dan eindelijk. Elke ochtend hetzelfde liedje. De bus rijdt weg.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 23 december 2011