REGIO |
08 juli 2012
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie,
Marie te Marvelde
(Ons Utrecht)
UTRECHT - De Zusters van Liefde verkochten op 31 augustus 2001 het Andreasklooster aan de Springweg voor een slordige negen miljoen gulden. Er woonden toen nog zeventien nonnetjes. De laatste Liefdezusters gingen terug naar Tilburg, waar de congregatie in 1832 werd gesticht.
Joannes Zwijsen, een Tilburgse pastoor die later aartsbisschop werd, was een sociaal bewogen man. Hij was begaan met de kinderen in zijn straatarme parochie, die in de fabrieken werkzaam waren. Hij richtte een schooltje op, waar de kinderen onderwijs konden volgen en ook de congregatie op van de Zusters van Liefde van Onze Lieve Vrouw, Moeder van Barmhartigheid.
In de volkmond werden ze Zusters van Liefde of van Tilburg genoemd. De zusters waren vrouwen die van aanpakken wisten. Ze zetten zich niet alleen in voor onderwijs, maar ook voor zieken- en bejaardenzorg en maatschappelijk werk. Er werd ook missiewerk in het buitenland verricht. Aanvankelijk werd de orde oogluikend toegestaan, omdat de katholieke hiërarchie in Nederland nog niet hersteld was.
In 1848 werd de congregatie koninklijk goedgekeurd door Koning Willem II, die goede banden onderhield met Zwijsen, die in 1853 als eerste aartsbisschop van Utrecht werd benoemd. Omdat hij ook bisschop van Den Bosch was, bleef hij op Brabantse bodem wonen. Zijn opvolger Andreas Schaepman, die van 1868 tot 1882 aartsbisschop was, maakte zich hard voor de emancipatie van het katholicisme in Nederland.
Hij bracht de aartsbisschoppelijk zetel terug naar Utrecht, waar de bisschoppen sinds de vroege middeleeuwen woonden. Dankzij Schaepman kwam de neogotiek tot bloei en spreidde de katholiek kerk een enorme bouwactiviteit tentoon. Vaste bouwarchitect van het bisdom was Alfred Tepe.
Van zijn hand is het Sint Andreasklooster en Gasthuis aan de Springweg, dat in verschillende fasen tussen 1872 en 1886 werd gebouwd, vertelt Hedwig Duindam, die sinds december 2001 in een van de vijftig appartementen in het complex bewoont. Haar geliefde Valentijn ging in 2006 een etage hoger wonen. Een mooie latrelatie in een oud ziekenhuis en klooster.
"Op 13 oktober 1873 werd het in gebruik genomen als katholiek ziekenhuis waar de Zusters van Liefde woonden en de patiënten verpleegden. In 1910 werd het ziekenhuis hier te klein en werd het Antonius Ziekenhuis in Utrecht Oost geopend. De zusters gaven ook onderwijs aan de hierachter gelegen Paus Adriaanschool aan de Oudegracht, waar mijn moeder vroeger op zat. De nonnetjes hoefden alleen maar even de grote binnentuin door de steken om bij hun werk te komen."
"Voor mijn moeder Betsy, dochter van banketbakker Antoon van Eijl, was het ook een kwestie van even oversteken naar school. Zij woonde met haar ouders boven de zaak aan de Oudegracht 308. Toen ik dit appartement kocht, realiseerde ik me pas dat deze plek nauw verweven is met onze familiegeschiedenis waar de gebouwen van Tepe, die getuigen van het rijke Roomse leven, een grote rol spelen. Zelf ben ik het dertiende kind uit een gezin van veertien. De katholieke traditie van grote gezinnen werd door mijn ouders in ere gehouden. Ik ben gedoopt in de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopnemingkerk aan de Biltstraat, een ontwerp van Tepe dat in 1972 onder de slopershamer viel."
Tijdens de wandeling door het voormalige klooster met beelden van Maria en de apostel Andreas aan de gevel, vertelt Hedwig dat de naam van het gasthuis een regelrechte hommage is aan Andreas Schaepman. In de voormalige kloostertuin wijst ze op het fraaie houten prieeltje, dat vermoedelijk als tuberculosehuisje werd gebruikt toen het gebouw nog een ziekenhuisfunctie had.
"De kapel is helaas gesloopt evenals het Lourdesgrotje. Maar gelukkig zijn vier gebrandschilderde ramen uit de kapel in enkele ramen van het trappenhuis van het wooncomplex verwerkt. Er zit een hele symboliek achter heb ik me laten vertellen door Casper Staal, voormalig conservator van Museum Catharijneconvent. Zo zou de doop van Christus door Johannes de Doper verwijzen naar Joannes Zwijsen, de oprichter van de orde van de Zusters van Liefde. Zowel Schaepman als Zwijsen hebben zich op een subtiele manier laten vereeuwigen."
Zelf is Hedwig gids in de Willibrorduskerk aan de Minrebroederstraat. "Weer een Tepe-gebouw. Ik kijk uit op de toren van de kathedraal waar mijn ouders getrouwd zijn en die door Tepe werd ver- en aangebouwd. Eind 2008 werd bij mij borstkanker geconstateerd. Ik ben er goed vanaf gekomen, maar word sindsdien behoorlijk beperkt in mijn energie. Daardoor ben ik deels arbeidsongeschikt geworden. Om de moed erin te houden ben ik gids geworden en heb ik me verdiept in de gebouwen van Tepe.
Er ligt al een tijdje een droom bij mij op de plank. Maar door mijn energiebeperking laat ik die droom vooralsnog rusten. Ik zou graag nog eens een boekje schrijven over ons bijzondere klooster en de voormalige bewoonsters. Met diverse nonnen en omwonenden heb ik al contact gehad."
Dat Hedwig prachtige poëtische teksten kan schrijven heeft ze bewezen, toen in de zomer van 2009 haar boek 'Schoonheid in schending' bij uitgeverij Elikser in Leeuwarden verscheen. In woord en beeld komt aan bod in welke emotionele achtbaan je verzeild raakt na de diagnose borstkanker. Een proces van amputatie, chemo en haarverlies, leven tussen hoop en vrees en herstel. "Twee vriendinnen hebben een belangrijke bijdrage geleverd. Mirjam Agasi maakte de mooie foto's en Conny van der Neut zorgde voor de vormgeving. Ik hoop dat het voor lotgenoten en hun naasten en boekje van herkenning en troost is."
Duindam overwon haar ziekte. Hopelijk heeft ze genoeg energie om ook een boek te schrijven over haar inspirerende woonomgeving.
Meer informatie:
www.andreasklooster.nl