Column | 26 augustus 2010
|
reacties (1)
Nou, het is wel klaar zo, al die regen. Ik heb van pure wanhoop een wegwerp regenjas gekocht. Heb je die weleens aangehad? Aangekregen kan ik beter vragen, want het doorzichtige plastic kleeft zo stevig aan elkaar dat het lijkt alsof het een ‘voorhangjas’ is.
Maar goed. Ik heb het ding na oeverloos gepiel aan. En zie eruit als een in vershoudfolie gewikkelde hondenuitlater. How charming! Ik trek gauw een grote pet over mijn oren en geef me over aan de elementen van de natuur. “We gaan op de fiets,” zeg ik tegen de hond. Dat vind hij best. Kan ‘ie lekker rennen. Ik laat de riem thuis. Hij rent los naast mijn fiets. Stoer? Nou nee, eerder praktisch, want zo heb ik mijn handen vrij om te remmen. Met huissleutels én mobiel, én hond aan de lijn remmen is levensgevaarlijk heb ik onlangs zelf mogen ervaren.
Buiten razen de wolken sneller dan ik kan trappen en ik voel het folie flapperen en wapperen. Vroeger hadden we regenpakken. Dat was nog eens een avontuur. Net zo nat van binnen als van buiten als je op school aankwam. En voor moedertje deed je dat ding de volgende keer braaf weer aan. Tot de eerste hoek, dan trok je het donkerblauwe ruisende geval razendsnel uit en propte het gegeneerd in de schooltas.
Een vrouw met een regenpak is als een man met een handtasje. Absoluut verboden. Vanochtend, toen ik in mijn heerlijk verwarmde auto naar een afspraak reed, zag ik er een. Een man. Met tasje. Hij kwam zojuist bij de tandarts vandaan. Mijn eigen tandarts. Daar waar ik vijf minuten voor een stoplicht moest wachten en alle tijd had hem te begluren.
Een kalende veertiger in pak, beetje gebogen, gepoetste zwarte schoenen en die tas dus. Het was een klein zwart tasje met een hengsel en een rits. Hij haalde er een doorschijnend mapje uit met blauwe kaartjes en stopte er een zelfde blauw kaartje bij. Waarschijnlijk zijn nieuwe afspraak voor over een half jaar. Hij keek geërgerd naar een fietser die door een diepe plas reed. Er kwam wat spatwater op zijn pantalon. Och, die man! Een ambtenaar? dacht ik. Of een afdelingshoofd van een ziekenfonds? Nee! Een controleur van de hondenbelasting. Dat was hij. Zeker weten!
Hij ontvouwde een klein pakketje, dat uit zijn afneembare fietstas kwam. Ik had nog tijd over om te zien wat eruit kwam. Een regenpak. Ach ja, natuurlijk. Meneer is op alles voorbereid. Een groot, ouderwets bordeauxrood regenpak. Met zilveren reflecterende bandjes over de mouwen. Hij stapte in de broek en trok het op tot de eerste knoop van zijn jasje, ver boven zijn navel. Het tasje wiebelde aan zijn arm. Toen schoot hij geroutineerd in het jack. Hij leek opeens minder op een hondenbelastingcontroleur.
Waarop dan wel? Een postbode? Of toch die ambtenaar? Ik moest gaan, het stoplicht dwong me. Jammer! Want die zwarte glimmende schoenen? Wat zou hij daar mee doen. Twee zakjes van het Kruidvat, vastgezet met postbode elastieken? Who knows. Dag meneer. Dag tasjesman.
Katja Gebbink
NB: Katja is op vakantie. Deze column komt uit haar archief