REGIO |
31 januari 2012
|
1
|
Door Wieringer Courant/Wieringermeerbode
DEN OEVER - Op verzoek van Provinciale Staten heeft de Randstedelijke Rekenkamer het besluitvormingsproces rond het Wieringerrandmeer in de periode van 2004 tot 2011 geëvalueerd. Het afgeblazen project heeft de provincie ongeveer 28 miljoen euro gekost, maar dat bedrag had aanzienlijk lager kunnen zijn als Gedeputeerde Staten voor een minder eenvoudige afwikkeling had gekozen.
Dat constateert de Randstedelijke Rekenkamer in zijn rapport, dat dinsdag werd uitgebracht. Met de aanleg van het randmeer Wieringen wilde de provincie de ruimtelijke kwaliteit van de Kop van Noord-Holland versterken. Na jarenlange voorbereidingen werd het project in november 2010 stopgezet.
Rekeningen betalen
In 2008 was er reeds overeenstemming over hoeveel het project moest gaan kosten en welke partij welk aandeel zou betalen. Hoewel de provincie er al in 2006 op gewezen is, werden pas in 2010 de kosten berekend en werd toen pas besproken wie ervoor zorg zou dragen dat er tussentijds voldoende geld zou zijn om de rekeningen te betalen.
Geen garantstelling
Doordat de kosten voor de aanleg van het meer eerder gemaakt zouden worden dan dat er opbrengsten uit de huizenverkoop zouden binnenkomen, moest er voor tijdelijk zo’n 140 miljoen euro worden geleend. Banken vroegen hiervoor een garantstelling, maar geen van de betrokken partijen wilde die geven.
Dure afwikkeling
Vervolgens zochten Gedeputeerde Staten nauwelijks nog naar oplossingen en gooiden ze de handdoek in de ring. Ze kozen daarbij voor een snelle, maar dure afwikkeling. Met een minder eenvoudige afwikkeling had de provincie 3,7 miljoen en wellicht zelfs 10 miljoen euro kunnen besparen. Gedeputeerde Staten hebben deze optie niet besproken met Provinciale Staten.
Op 13 februari zal het rapport worden behandeld in de Statencommissie Ruimte en Milieu van de provincie Noord-Holland, in het Provinciehuis te Haarlem.