REGIO |
22 december 2011
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie, Holland Combinatie (Schager Weekblad)
NIEUWE NIEDORP - Veldleeuweriken broeden in allerlei open terreinen, zoals grasland, bouwland, heidevelden en open duinen. Hij/zij zou het dus goed moeten doen in Noord Holland, maar niets is minder waar. Het is een rode lijst soort met een zeer sterke afname van meer dan 90 %. Otte Zijlstra bericht.
Die afname is de laatste twintig tot dertig jaar tot stand gekomen. Concreet: van 700.000 naar 38.000. Begin jaren zeventig was het een van de algemeenste broedvogels van ons land. Dat kunnen we ons nu niet meer voorstellen. De afname was het grootst in de graslandgebieden en het minst op de heidevelden. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het verslechtering van het biotoop. Het lukt de soort niet meer om twee tot drie broedsels groot te brengen. In grasland is sprake van verarming van het aantal soorten kruiden en dat heeft zijn weerslag op het aantal soorten dieren (insecten) waar de ouders en de jongen in de opgroeifase van leven. Mestinjectie, grasland verbetering en het gebruik van herbiciden doen de rest. De tijd dat we op onze rug lagen en probeerden dat vogeltje te ontdekken dat hoog in de lucht stond te zingen ligt ver achter ons. In 'Het Vogeljaar' van Jac. P. Thijsse zegt hij er over: "Bij tientallen zingen ze tegelijk boven weide en akker. Veelal stijgen ze zo hoog, dat u ze met het blote oog niet meer kunt zien, maar toch hoort u nog hun blij geluid". Ja en wie kan zoiets nu beter verwoorden dan de oude meester zelf opgetekend begin vorige eeuw. In het najaar trekken de noordelijke vogels over ons land heen naar het zuiden. Aan de kust het meest maar ook in het binnenland hoor je het gemurmel van de veldleeuwerik. Je hoort ze eerder dan dat je ze ziet. Op geschikte dagen in oktober kunnen er tientallen passeren. Onze populatie trek weg naar Engeland en Frankrijk. Aan de RUG (Rijksuniversiteit Groningen) hebben ze ontdekt dat onze veldleeuweriken er twee overwinteringsstrategieën op na houden. Een deel trekt weg naar Zuidwest-Europa, een ander deel blijft in de buurt van het broedgebied hangen. Ze eten dan geen insecten maar zaden en pas ontluikend groen. Het zal dus duidelijk zijn dat we de beschermingsmaatregelen ook op de wintersituatie moeten richten, zowel bij ons als in Zuidwest-Europa.
Otte Zijlstra, Nieuwe Niedorp