De informatie op deze pagina wordt u aangeboden in samenwerking met

Historisch Velsen (17): Provinciaal Ziekenhuis Santpoort

Psychiatrisch Ziekenhuis Meer en Berg (Foto: René Kuipers)
1 / 5
zoom out

SANTPOORT-ZUID - Rond 1800 werden krankzinnigen samen met afstotelijke zieken, misdadigers en onmaatschappelijke lieden opgesloten. Zij werden niet als een afzonderlijke groep behandeld. In de gasthuizen en gestichten heersten erbarmelijke toestanden. De verblijfsruimtes waren vervuild en veelal onverwarmd, de voeding was uiterst karig, de kleding gebrekkig. Razende dollen werden opgesloten in smerige, kleine cellen en ingetoomd met allerlei dwangmiddelen als kettingen, enkel- en polsboeien, dwangstoelen, dwangbuizen en dergelijke.


Ontslagen tuchthuisboeven, aan zeer lager wal geraakte zeelieden en ander gespuis waren altijd nog wel goed genoeg om als 'oppasser' dienst te doen, gewapend met het idee dat schelden en slaan prima middelen waren om de waanzinnigen weer bij hun positieven te brengen.

Een Provinciaal Ziekenhuis was in de Nederlandse Provincie Noord-Holland gedurende de 19e en 20e eeuw een Psychiatrisch Ziekenhuis dat door de Provincie ingericht en bekostigd werd. Tot 1994 stond er in Santpoort het Psychiatrisch Ziekenhuis Meer en Berg, ook wel bekend als P.Z. dat lang beschouwd werd als een model-inrichting van Europees formaat. In het midden van de 19e eeuw kwam de "zedenkundige behandeling" tot ontwikkeling, aan het eind van deze eeuw introduceerde men er als eerste de opleiding voor psychiatrisch verpleegkundige, terwijl de inrichting tijdens de interbellum de toon aangaf met de doorvoering van de zogenoemde "actievere therapie" dat uit Duitsland was komen overwaaien.

De oorsprong van deze ziekenhuizen gaat echter terug naar op een wat curieuze iterpretatie van "Artikel 8 van de Krankzinnigenwet" uit 1841. Dit artikel stelde dat de Provinciale Staten van Provincies waar geen eigen "Geneeskundig Gesticht" kon en/of hoefde te worden gesticht, overeenkomsten moesten gaan sluiten met buiten de Provincie gelegen inrichtingen voor de patiënten uit de eigen Provincie. De Provincie Noord-Holland zag hier echter wel (als enige Provincie) een aanleiding in om zelf psychiatrische instellingen te gaan oprichten. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken had al rond 1820 plannen tot het oprichten van bijzondere gestichten voor de verpleging en genezing.

De Provincie heeft in 1843 het voornemen om de Hofstede Meer en Berg in Bloemendaal te gaan kopen met als doel daar een psychiatrisch ziekenhuis van te gaan maken. Om tegenstanders van het toekomstige ziekenhuis de wind uit de zeilen te nemen en om grond inspectie tegen te gaan, besluit Jhr. Jan Pieter Teding van Berkhout, van de Staten van Holland, om deze hofstede op zijn naam te gaan aankopen. De familie Teding van Berkhout deed namelijk regelmatig grondaankopen in de regio Velsen. Al na vier dagen werd Hofstede Meer en Berg echter al weer door verkocht aan de Provincie.

De bekende architect J.D. Zocher kreeg de opdracht om een ontwerp te gaan maken. Op 1 juli 1845 werd het plan van Zocher door de Provincie goedgekeurd en de bouw kon gaan beginnen. De kosten voor deze nieuwbouw waren voor die tijd astronomisch. Er was een bedrag van 460.000 Nederlandse gulden mee gemoeid.

Het gesticht verrees op afstand van de bewoonde wereld en werd gebouwd volgens het gesloten corridorsysteem. In 1849 werd het Provinciaal Gesticht "Meer en Berg" geopend, aanvankelijk was het bedoeld voor circa 250 patiënten, maar aan het eind van de 19e eeuw liep dat aantal op tot circa 1300 patiënten .

Kenmerkend voor het leven in het psychiatrisch ziekenhuis waren de massaliteit, gebrek aan privacy, het leven in groepsverband en een betuttelend klimaat. In Santpoort leefden ruim 1300 patiënten in grootschalige gebouwen met gezamenlijke slaapkamers en woonruimten. Het leven op de afdeling speelde zich af in een streng dagritme van werken en ontspanning in groepsverband. Vaste dagprogramma's voor behandeling en dagbesteding bepaalden het dagelijks leven. Er waren veel vrijheidsbeperkingen. Patiënten hadden nauwelijks privacy. Voor velen beperkte het privédomein zich tot de eigen handtas.

Er waren een aantal lange gangen die altijd op elkaar uitkwamen. Men maakte een aantal onderscheidingen bij de patiënten. In de eerste plaats tussen man en vrouw. De mannen woonden op het Noorden en de vrouwen op het Zuiden (de man was vanwege zijn sterkere constitutie beter bestand tegen de gure Noorderwind). Verder kende men het onderscheid rustig-half onrustig-onrustig. De onrustigen kwamen helemaal achter te zitten in cellen en getraliede bedsteden. Tenslotte maakte men nog het onderscheid tussen rijk en arm. De rijken woonden aan de voorzijde en de armen aan de achterzijde.

Er werd in die tijd geen onderscheid gemaakt naar de ziekte van de patiënten maar wel naar hun welstand. Zo leefden de zwakzinnige, de demente bejaarde en de schizofreen wel samen in gemeenschappelijke ruimtes, maar werden de patiënten uit verschillende klassen streng gescheiden. De hogere klassen bewoonden fraai gemeubileerde kamers aan de voorzijde, aten haute cuisine en hoefden niet te werken. De lagere klassen moesten kamers delen met anderen, kregen eenvoudig voedsel op hun bord en moesten werken om in hun levensonderhoud te voorzien.

Het P.Z. in Santpoort-Zuid bewees al erg snel dat het hard nodig was om de geestezieke mensen bij te staan en te verplegen. De toestroom van patiënten uit plaatsen met een wel vrij hoge concentratie bewoners nam echter toe en voor de verdere ontwikkeling van een moderne inrichting was echter een spoorverbinding met Amsterdam, in de buurt van de spoorlijn Haarlem-Alkmaar dan ook een heel logisch gevolg. Ook maakte de aanvoer van goederen en diensten die aansluiting noodzakelijk. Op 1 mei 1867 werd er door de Hollandse Spoorweg Maatschappij de spoorbaan en het Station Sandpoort op het Traject Haarlem-Alkmaar geopend.

In 1890 kwam er een verbinding met het P.Z. tot stand, met op het nieuwe station een eigen wachtkamer voor de patiënten van de instelling. Ook Station Haarlem beschikte over zo'n speciale wachtkamer.

Op het terrein van P.Z. zelf was er een smalspoor verbinding aangelegen om de goederen te distribueren naar de gebouwen voor het ziekenhuis. Deze liep van het overslagpunt bij de ingang naar de achterzijde van Merenberg I en vandaar langs de rand van het terrein naar Meerenberg II.

Tijdens de bouw van de huizen aan de Schroeder van der Kolkweg in 1913, werd er ruimte vrij gehouden voor de daar aanwezige spoorbaan van het P.Z.

In de Tweede Wereld Oorlog werd A. Haxe in Santpoort aangesteld als arts/psychiater bij Provinciaal Ziekenhuis, Santpoort, Meer en Berg (psychiatrisch ziekenhuis). Tijdens de oorlog werden verschillende joden ondergedoken hier door het verplegend personeel. De artsen weigerden de joodse 'patiënten' aan te wijzen. Op 2 februari 1943 werd er een afzetting rond het complex gebouwd door de Militaire Politie en waren na één dag en één nacht op zoek vijftien joden ontdekt en gedeporteerd.

Na de oorlog bleek echter dat de infratructuur van het P.Z. om een andere vorm van inrichting vroeg. Op de plaats van de kolenopslag kwamen er nu werkplekken voor arbeids-therapie. De verwarming werd zonodig aangepast voor het gebruik van gas. De belangrijkste verandering was dat het meeste transport nu niet meer per trein maar per auto ging, dus niet meer per spoor of smalspoor. In 1954 werd de bestaande spoorverbinding van het P.Z. met het Station Santpoort-Zuid opgeheven.

Vele patiënten vonden in Meer en Berg de dood door experimenten en sommige gooiden zichzelf voor de trein omdat ze werden geteisterd door onberedeneerde angsten, paniek en zelfmoordgedachten.

In de jaren '70 liep Santpoort voorop met de ingrijpende reorganisatie en democratising van de instelling en met de toepassing van het model van de therapeutische gemeenschap. In 1970 werden hier ruim 900 patiënten verpleegd. In dat jaar vonden er ook verschillende verbouwingen en moderniseringen plaats. In 1971 werd er op het terrein de jeugd-psychiatrische kliniek Amstelland geopend.

De eerste geneesheren van het ziekenhuis namen toen het Engelse voorbeeld en zo kwam er in Meer en Berg een eind aan de lijfsdwang met kettingen, boeien en dergelijke methodes. De patiënten werden destijds heel 'kort' gehouden. Vastbinden (onder andere in wisselbaden) was een normaal verschijnsel, maar ook andere experimenten zoals stroom, insuline, radiatie, lobotomie en experimenten met patiënten, die de Duitse soldaten met “shell shock” (PTSD) in de Tweede Wereld Oorlog uitvoerden.

Ook kregen sommige patiënten ibogaïne, dat door sommigen als een
'wondermiddel' werd beschouwd bij de behandeling van vele vormen van
geestezieken. Het was een hallucinogeen dat al eeuwen lang werd gebruikt bij religieuze rituelen in West-Afrika en dat in de jaren zestig opeens “ontdekt” werd als een medicijn dat de gedachten van de geestezieken kon wegnemen. Ibogaïne werd ook gebruikt als een afkickmiddel dat de 'hunkering' bij verslaafden (aan drugs en alcohol, maar ook nicotine) kon wegnemen. Ibogaïne was echter gevaarlijk en kon onverwachts leidden tot de dood.

Meer en Berg was hiermee het eerste gesticht op het vaste land dat deze methode (no restraint) toepaste. Het doel was om de zelfbeheersing van de patiënten te versterken. Essentieel hierbij was dan ook een zachtmoedige en liefdevolle omgang, daartoe moest echter wel het personeel voor worden opgeleid en ook hier in nam Meer en Berg het voortouw.

Werkverschaffing werd ontdekt als een krachtig middel tot genezing. Regelmatige arbeid leidde de verwarde gedachten van de patiënten af, het zorgde voor nieuwe denkbeelden en het was ook nog eens economisch nuttig voor het gesticht.

Echter werd er niet onmiddelijk afstand gedaan van de oude en soms middeleeuwse genezingsmethodes. Bloed aftappen bleef nog heel lang in zwang en ook zag men nog steeds heil in het moedwillig veroorzaken van zweringen en abcessen op de hoofden van de lijders in de veronderstelling dat het op die manier de kwade sappen gemakkelijker zouden kunnen verdwijnen. Zo werd er ook nog gebruik gemaakt van de zogenaamde "Laars van Junot" waarin het been van de patiënt in een zware koperen laars vacuüm werd gezogen. Die leed daarbij hevige pijnen, maar dat moest hij er maar voor over hebben, want op deze manier daalde het bloed van zijn hoofd naar zijn onderdanen, in zijn geval alle ongerechtheden uit de hersenen meeslepend. De shock-therapie dat veelal gebruikt werd door de Duitsers in de Tweede Wereld Oorlog bleef echter ook nog gebruikt worden.

De Laars van Junot was een uitvinding van meneer Junot uit 1855 en werd aan gestichten verkocht voor ƒ43,75 per stuk.

Over geld werd destijds wel degelijk gesproken, want verzekeringen en voorzieningen waren er niet. Arme patiënten (of liever hun familieleden) moesten dan ook aankloppen bij kerkgenootschappen en andere instellingen. Rijke patiënten betaalden zelf. In 1907 ƒ1350,- per jaar, destijds een kapitaal van vele jaarsalarissen. Zij belandden in de eerste klasse. Daarna liep het snel af naar de vijfde categorie, die overigens ook altijd nog ƒ320,- per jaar noteerde.

Er waren in Meer en Berg twee afdelingen, één voor arme en één voor rijke patiënten. Om ervoor te zorgen dat de rijke patiënten optimaal in de watten gelegen werden, zond de familie hun eigen bedienden mee en schilderijtjes en meubelstukken waar de lijder bijzonder aan gehecht was. Welgestelde patiënten, die hun verpleging zelf betaalden, werden intensief verzorgd in kleine gezelschappen, aten luxueuze en overvloedige maaltijden aan een tafel gedekt met zilver en porselein in een salon.

De slaapzalen voor de armlastige patiënten waren op de zolder van Meer en Berg. Patiënten uit de volksklasse, die bijna 90% van de gehele gestichtsbevolking uitmaakten, werden tegen minimale kosten verpleegd, aangezien de armbesturen hun verpleeggelden moesten betalen. Hun verzorging werd gekenmerkt door spaarzaamheid en soberheid. In veelal sleetse en uniforme gestichtskleding aten zij aan lange, ruwe houten tafels in grote eetzalen hun maaltijden, die doorgaans bestonden uit stamppot.

In 1986 werd besloten de kliniek te sluiten, en de patiënten in kleinere instellingen in Amsterdam onder te brengen. Het afzonderen van de patiënten uit de samenleving werd als achterhaald beschouwd. Tussen 1987 en 2002 werd de instelling afgebouwd, waarna het terrein van bijna 38 hectare voorlopig leeg bleef staan. In 1991 zijn uit Santpoort, eens de grootste inrichting van Nederland, twee nieuwe organisaties ontstaan van kleinschalige, meer semi-murale psychiatrische voorzieningen in Amsterdam.

Tegenwoordig is er het Museum Meer en Berg in het voormalige koetshuis van het Provinciaal Ziekenhuis in Santpoort gevestigd. De harde waarheden worden hier verstrekt aan de bezoekers. In het museum wordt alles een beetje nagedaan uit die tijd. Als zodanig geeft het museum een overzicht van de geneeskundige behandeling van de psychiatrische patiënt van ca. 1800 tot het midden van de jaren zestig van deze eeuw. Het geëxposeerde materiaal heeft betrekking op het Provinciaal Ziekenhuis Santpoort , maar de historie van dit ziekenhuis kan op goede gronden beschouwd worden als een representatieve weergave van de Nederlandse krankzinnigenzorg in het algemeen.

Het museum kwam er vooral door de zorg van de heer A. Jonker, die van 1936 tot aan zijn pensionering coördinator van de tuin- en technische dienst van het Provinciaal Ziekenhuis was. Ook tijdens ingrijpende moderniseringen gooide hij niets weg, zodat de krankzinnigenzorg en de belangstellenden hiervoor veel aan hem te danken hebben. Hij is nog in het museum te bewonderen. de koperen laars van Junot waarin het been van de patiënt vacuüm werd gezogen. Jonker komt nog regelmatig langs om te kijken of zijn opvolger, Piet van Twuyver, die hier ook al een hele loopbaan achter de rug heeft, zijn erfenis goed bewaakt. Een erfenis met ook wat archeologische vondsten waaruit moet blijken dat de terreinen van het P.Z., dat langzamerhand danig is afgeslankt, vroeger behoorden bij kasteel Brederode.

Maar grenzen liggen hier wat moeilijker dan elders. Het ziekenhuis staat overduidelijk op grond van Bloemendaal, dat echter niet de naam wilde hebben een dergelijke inrichting te herbergen. Nu er bouwgronden vrijkomen zien ze het ineens anders.

Het is een ontzettend groot terrein in een mooie omgeving "er staat een boom waar je ongeveer 5 man voor nodig hebt om er omheen te kunnen staan" en allerlei oude bijgebouwen zoals een zusterhuis. Het gehele terrein van P.Z. is tegenwoordig afgesloten met een 2,5 meter hoog hek.

Psychiatrische inrichting Santpoort-Bloemendaal spookt, er gebeuren rare dingen in het gebouw. Ook buiten worden er dingen waargenomen. De gestorven patiënten zijn daar nog altijd aanwezig.

Website: Psychiatrische inrichting Santpoort-Bloemendaal spookt

"Eindstation" is een korte speelfilm van Hans Aerssen uit 1988 over oudere, chronische patiënten op de afdeling "Meerlanden" van het Provinciaal Ziekenhuis in Santpoort. Vanuit de optiek van een van de vaste bewoonsters wordt het leven op de afdeling geobserveerd en in stilte becommentarieerd. Via haar maken we kennis met de dagelijkse gang van zaken op de afdeling: van het opstaan tot het naar bed gaan. Daarbij heeft de filmmaker geprobeerd zich in te leven in de gevoelens van oudere, behoeftige psychiatrische patiénten. Hierdoor is een bijna poëtisch beeld ontstaan van het leven van alledag in een psychiatrische inrichting. De films is gemaakt in opdracht van het Provinciaal Ziekenhuis te Santpoort.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 01 januari 2015


Plaats een nieuwsbericht
Facebook
Heb je nog geen account? Registreer
Wachtwoord vergeten? Klik hier
Agenda

Registreer je nu voor de nieuwsbrief

en blijf op de hoogte van het nieuws uit jouw regio
Registreer je nu voor de nieuwsbrief
en blijf op de hoogte van het nieuws uit jouw regio.
Dichtbij X
  • Wekelijks

    Ontvang elke vrijdag het nieuwsoverzicht van jouw regio
  • Dagelijks

    Elke dag het laatste nieuws uit jouw regio
  • Nieuws alert

    Direct op de hoogte van grote gebeurtenissen in jouw regio