REGIO |
05 februari 2012
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie (Nieuwsblad IJmuiden)
IJMUIDEN - De 84-jarige Jan Eelsing, wonend in Santpoort, is een wielrenner in hart en nieren. De geboren IJmuidenaar is vanaf zijn 20e, na zijn militaire dienstplicht, bezig met wielrennen. In zijn amateur wielercarrière heeft Jan verschillende koersen op zijn naam gebracht.
Op een gegeven moment gaf Jan thuis te kennen dat hij wilde gaan wielrenen. ''Op mijn 20e ben ik, na een tip van mijn neef Wil Eelsing die ook wielrenner was, met mijn vader naar Amsterdam gegaan om een fiets te kopen. Ergens in de Jordaan op drie hoog hebben we mijn eerste racefiets gekocht. Het was van Joco, hetzelfde merk als waar Joop Zoetemelk mee is begonnen. Een mooie zwarte fiets met een verchroomde voor en achtervork. Het meest bijzonder aan de fiets waren de houten velgen. Maar die heb ik snel vervangen door aluminium. De prijs was 175 gulden, wat voor die tijd een heel bedrag was.''
Hij gaat verder: ''Ik was tijdens mijn fietscarrière geen uitgesproken winnaar, ik heb verschillende koersen gewonnen, maar ook regelmatig op de derde of vijfde plaats geëindigd. Toch was ik er altijd bij. Mijn hoogtepunt was de Ronde van Alkmaar in 1953, maar de avond daarvoor was de Ronde van Egmond aan Zee. Die werd gewonnen door mijn neef Wil Eelsing, tweede werd Jan Ottenbros. De volgende dag won ik de Ronde van Alkmaar. Het was vooral de manier waarop: na ongeveer 40 kilometer in het peloton kwam ik ten val in het gras en verloor mijn schoenen. Met behulp van Jaap Bruggekamp stapte ik weer op. Met hem zette ik de achtervolging in op het peloton. Wij haalde ze bij, gingen er direct overheen. Mijn neef ging mee, maar die wist ik weer te lossen. Zo won ik de Ronde van Alkmaar. Met in mijn wiel Jaap Bruggekamp.''
Er moest natuurlijk ook gewerkt worden en op zijn 18e is Eelsing metselaar geworden. ''Maar na mijn werk was het trainen. Na dat ik trouwde hield mijn vrouw altijd rekening met mij. Met het eten bijvoorbeeld. De ene keer aten we voor mijn training en de ander keer erna.'' Zijn vrouw: ''Het was wat aanpassen. Je ging graag mee, maar als het niet in de buurt was kon ik natuurlijk niet mee. Een auto was er in die tijd niet.''
In 1958 is Eelsing met zijn vrouw en kinderen naar Rhodesië - het huidige Zimbabwe - geëmigreerd. Het land had metselaars nodig en het gezin wilde het avontuur wel aangaan. ''Daar heb ik ook gefietst, maar na problemen in Congo besloten wij in 1966 weer terug te keren naar Nederland.'' mevrouw Eelsing: ''Voor ons was het één grote levensles, die je nooit meer vergeet.'' Eenmaal in Nederland probeerde Eelsing als vrachtwagenchauffeur aan de slag te komen, maar het werd toch weer metselen. ''Een vriend had een ziekenhuisklus in Schiedam. Na een tijdje ging natuurlijk de racefiets mee naar Schiedam en fietste ik terug naar IJmuiden. Ik heb in die tijd weer een amateurlicentie aangevraagd, maar ik kon niet meer tegen de nieuwe generatie op.''