De informatie op deze pagina wordt u aangeboden in samenwerking met

Column Piet Poell: Crimineel

Column Piet Poell: Crimineel (Foto: Piet Poell)
1 / 1
zoom out
MAASTRICHT - Een jaar of veertig geleden ben ik in Al Raqqua – jawel, de huidige “hoofdstad” van IS – bijzonder gastvrij ontvangen door een Syrische familie, die mij en mijn toenmalige vriendin hun enige bed afstond en ons ’s morgens op de vloer voor dat bed een werkelijk copieus ontbijt aanrichtte. Ettelijke vierkante meters werden bezaaid met fruit, salades, zoetigheden, schalen vol weet ik veel en ongedesemd brood. Van dat brood scheurden we repen af en met die repen visten we het lekkers uit de schalen. Thee, chai, werd ingeschonken in kleine glaasjes. Heerlijke thee!

De hele familie zat mee aan en het was een vrolijk en gezellig gekwetter. Iedereen had de nacht buiten doorgebracht om ons onze rust te gunnen. De slaapkamer was het enige vertrek in het huis, vandaar. “Buiten” was een omheinde binnenplaats met een oven, waar omheen de vrouwen - en dat waren er heel wat; ik weet niet wat daar allemaal huisde – zich kweten van diverse onduidelijke taken. De hele dag door. Mannen zag je er niet overdag, die kwamen pas ’s avonds thuis en dan begon het geschreeuw. Ze hadden de hele dag in het theehuis of in de moskee gezeten en nu wilden ze zich wel eens laten gelden. De vrouwen stoven als verschrikte kippen alle kanten op. Het was elke avond een enorm “changement de decor” en ik stond er iedere keer versteld van. Toch bewaar ik aan die reis dierbare herinneringen en ik vraag me soms af wat er van die familie geworden is, nu IS het daar voor het zeggen heeft en er ergere schreeuwlelijken aan de macht zijn.

 Misschien zitten ze nu hier, bij ons, ontheemd, verslagen, ternauwernood ontsnapt aan de dood. Misschien bekwamen de mannen daarginds zich nu in het neermaaien van Allah’s vijanden met kalashnikows en voeden de vrouwen hun kinderen op in de naam van Allah, zodat ze op achtjarige leftijd al in staat zullen zijn de vijand de keel af te snijden.

 Elk volk heeft zijn eigen helden die het geloof uitdragen, het vaderland verdedigen en de vijand verdelgen. Elk volk heeft zijn eigen vijanden want het vaderland eist dat en het geloof ook en ze moeten een zootje waarden beschermen, waarvan ze niet precies weten welke dat zijn, maar ze staan ervoor.

 Al voordat ik naar Syrië ging – ja ja, ik ben al lang terug en ook alweer ingeburgerd - kregen we hier Italiaanse gastarbeiders en daarna Griekse. Vreemde kerels die onze vrouwen kwamen wegroven, maar plotseling zagen we overal Griekse en Italiaanse restaurants en toen was het goed. We kenden al Indisch eten van Indonesiërs die hun land ontvlucht waren na de onafhankelijkheidsoorlog en we merkten al niet meer dat ze er waren. Hun eten stond bij veel Nederlandse families gewoon op tafel en zij woonden niet in getto’s of bepaalde wijken, maar naast je deur en het waren je vrienden van kindsbeen af, behalve die ene keer in De Punt, toen ze een trein gijzelden.

 De Chinezen waren al ongemerkt binnen gesijpeld via Chinees-Indische restaurants en we vonden het allemaal lekker. Na hen kwamen de Turken en Marokkanen, ook met lekker eten en rare gewoontes, maar ieder z’n meug. Turkse, Marokkaanse en Nederlandse meisjes werden vriendinnen. En toen kwam volk uit de woestijn met tot de neus toe dichtgenaaide vrouwen. Zij werden niemands vriendin. Bleven binnen om het fornuis te stoken en hun macho’s in djellaba te voeden en op in een ontoegankelijk kluitje te leven.
De nieuwkomelingen voelden zich achtergesteld. Ze kwamen hun getto’s amper uit, alleen voor het vrijdaggebed en alleen de mannen. En ineens begonnen ook de Turken te schreeuwen en liepen de straat op voor Erdogan, precies de man die bezig is hen terug te drijven naar de woestijn!

 En toen kregen we heel rare toestanden. Er kwam een politieke partij die het voor hen opnam, DENK, maar in plaats van te denken loodste ze Turkistan de Kamer in. En overal doken gelovigen op die aanslagen goedkeurden en iets schreeuwden naar Allah en er vaak mee wegkwamen. Godsdienstvrijheid.

 In België werd onlangs een vijftienjarig straatschoffie opgepakt dat al negen jaar illegaal in het land verbleef en herhaaldelijk werd veroordeeld wegens criminele activiteiten, maar iedere keer vrijgelaten wegens plaatsgebrek in jeugdinstellingen. In Wallonië dan. Vlaanderen had plaats, maar ja, Vlaanderen en Wallonië, - twee dolken in één buik!

 Zou bij ons niet kunnen. Wij werken met een jeugdzorg die zelf crimineel is. Maakt niet uit. Niemand vraagt waar ze mee bezig zijn, als ze er maar mee wegkomen. 
 

Reageer via Facebook
Plaats een nieuwsbericht
Facebook
Heb je nog geen account? Registreer
Wachtwoord vergeten? Klik hier
Agenda

meer agenda »