NIEUWEGEIN - Met Connie Palmen kreeg het Literair Café op 13 december een voorlopig einde, al vond het voor het eerst in de Burgerzaal van het Stadshuis plaats. De succesvolle schrijfster besprak 'Logboek van een onbarmhartig jaar', een boek dat er nog niet was, begonnen kort na de dood van haar man Hans van Mierlo, geschreven tegen het vergeten.
Voor boekhandel Manschot en de bibliotheek is het de laatste literaire avond in deze vorm, voor Connie Palmen de laatste lezing sinds zij op 13 november begon aan haar tour van zware rouw. De toon is gezet.
Op 11 maart 2010 overleed na drie weken ziekbed de oud-politicus van D66 Hans van Mierlo. Slechts 48 dagen later begon zijn weduwe, schrijfster Connie Palmen, aan wat 'Logboek van een onbarmhartig jaar' zou worden. Het moest een boek worden over rouw, zoals het nog niet bestond: "Ik heb heel veel boeken gelezen over rouw en verlies. De boeken die ik goed vond, heb ik opgenomen in mijn boek. Ik beschrijf daarin een erbarmelijke staat."
Doodsklok
"Er was een constante geluidshallucinatie in het begin. Steeds had ik het gevoel 'er is iemand in nood, er is iets heel ergs aan de hand'. De sirene is eigenlijk de stedelijke variant van de doodsklok. In het dorp luid je de driedubbele klokken als iemand dood is. Mijn vader stond dan zelfs altijd even stil." De schrijfster groeide op in het Limburgse Sint Odiliënberg.
Palmen ervoer het werken aan 'Logboek' niet als schrijven, maar als "aantekeningen maken bij leven en dood, krassen met de pen op de huid van de dood, teugelloze aantekeningen, die niet onder de strenge regels voor de opbouw van een roman vallen". Ze koos bewust voor de term logboek: "Dagboek is niet goed. Ik hield dagboeken bij tot mijn 25e, om dingen te kunnen verzwijgen voor mijn omgeving. Een log wordt gebruikt om snelheid en diepte te peilen, om te bepalen 'waar ben ik?', zoals een kind dat ontwaakt uit een nare droom of in een vreemde logeerkamer bij het wakker worden een gebrek aan vertrouwde omgeving ervaart."
De schrijfster bemerkte hoe de herinneringen aan Hans van Mierlo begonnen te verbleken: "Het voelde als verraad aan de liefde. Ik besefte: ik moet schrijven tegen het vergeten, tegen de dood in." Ze liep daarbij tegen beperkingen aan: "Het geheugen is een mager archief, steeds komen dezelfde herinneringen boven." Ze begon aan een genre dat haar eigenlijk niet zo ligt. "Ik was iets paradoxaals aan het doen. Vergeten is goed voor je fysiek welbevinden, alsof je geheugen steeds maar zegt 'delete'. Maar wat is de veroorzaker van die enorme pijn? Dat is het geheugen, het denken, zoals Bert Schierbeek in zijn dichtbundel 'De Deur' zegt."
Palmen nam enkele fragmenten daaruit op in haar boek. Schierbeek verloor zijn vrouw bij een auto-ongeluk. Na twee jaar zwijgen beschrijft hij in 1972 zijn verdriet, stamelend. "Maar je kunt niet anders dan denken. Het wordt ook herdenken. Dat is de reden van je bestaan geworden. Ik heb voor literatuur gekozen omdat het de enige vorm is die direct binnendringt, een openende ontmaskerende kunstvorm. Toneel, film en foto laten je naar de buitenkant kijken." 'Logboek van een onbarmhartig jaar' voorziet volgens Palmen in een lacune, het biedt troost bij rouw.