Column | 21 december 2009
|
reacties (1)
Hij probeerde het nog zo mooi te brengen, onze reisleider in de Dominicaanse Republiek. Een absolute vereiste van onze reis zou namelijk een kluisje zijn. Geen zonnebrand, creditcard of zonneklep, maar een ‘save’ was iets wat we koste wat het kost moesten gebruiken. Er werd namelijk gejat. Niet omdat de inwoners van de Republiek crimineel zijn, welnee joh. Het kwam omdat we in een derdewereldland op vakantie waren, een derdewereldland, moet je voorstellen.
Een arm land. Mensen die rond moeten komen van 200 euro in de maand. En dus zo zei onze reisleider Hans ‘kunnen die mensen af en toe wel eens wat meenemen, wat eigenlijk niet van hun is’. Dat was het dus. Een gevalletje diefstal is blijkbaar heel wat anders wanneer je geen geld hebt. Net als het bedelen op elke straathoek en het vragen voor een fooitje wanneer je, ongevraagd, de deur voor iemand openhoudt.
De mensen kunnen er dus blijkbaar niets aan doen. De hoeren die op elke straathoek zijn te vinden, moeten ook een gezin onderhouden. Zelfs wanneer ze pas 14 jaar zijn. En ook de verkopers die je om de vijf minuten aanspreken en waar je als toerist bijna niet meer vanaf komt, zijn te wijten aan het feit dat we in een derdewereldland zijn. Niets aan te doen.
Hans ging zelfs nog een stukje verder. Want het zijn geweldig aardige mensen in de Dominicaanse Republiek. Ze zijn zo behulpzaam. Op het strand moet je ’s avonds niet komen, want dat is gevaarlijk. De kans dat je de volgende ochtend in drie stukken aan de andere kant van de oceaan aanspoelt is aanwezig. Maar volgens deze sympathieke Belg is dat in Amsterdam en Rotterdam ook zo. En ik moet hem nageven: de bewakers die ’s avonds met shotguns over ons resort marcheerden ben ik in de Kalverstaat ook al tientallen malen tegen gekomen.
Eerlijk gezegd kreeg ik best een beetje medelijden met Hans. Het is niet niets, daden goedpraten, waarvoor je in Europa jarenlang moet zitten. Een goed excuus is dan wel een vereiste. Het gedeelte van ‘de mensen doen zo omdat ze arm zijn’, ging mij alleen een beetje te ver. Volgens de locals was het een prachtig land, zonder criminaliteit en drugs. En zo zag het er ook uit. Geen uitgemergelde lijken langs de weg, zoals in Afrika, maar keurig geklede mensen. Volwassenen hadden allemaal een brommer en ieder kind gaat gewoon naar school. De Dominicaanse Republiek een derdewereldland? Mooi niet. Dat is gewoon een slécht excuus. En dat kluisje? Dat heb ik dan toch maar genomen.
Leander Mascini