Column | 07 december 2009
|
reacties (1)
Slapeloosheid, ook wel insomnie genoemd met een mooi woord. Ik had er wel eens van gehoord, had zelfs de film met Al Pacino gezien. Maar een gevoel kreeg ik er nooit bij. Problemen met slapen had ik nooit. Liggen, licht uit en slapen maar. Zo simpel ging het. Tot die ene avond in november.
Toen maakte ik mee wat het precies inhield. Die dag was ik om half vijf ’s middags/avonds wakker geworden. Natuurlijk, dan vraag je er een beetje om, maar ik was niet voor niets zo lang blijven liggen. Ons avondje stappen eindigde waar de dag voor veel mensen alweer begon. In eerste instantie voelde ik me echt verrot. Moe vooral. Na een paar uurtjes op de bank gehangen te hebben en een fatsoenlijke maaltijd gegeten te hebben, was ik weer helemaal de oude. Tijd om wat te gaan doen dus. Het werd een Fifa10-toernooi, met vier vrienden. Afgemaakt hebben we het niet, de volgende dag moest ik gewoon werken. Rond een uurtje of half één was ik weer thuis.
Daar begonnen de problemen. Slapen lukte namelijk niet. Wat ik ook probeerde. Gewoon gaan liggen, bleek na twee uur niet te helpen. Ook niet wanneer ik aan niets dacht. Wanneer ik een grote zwarte leegte inging. Andere trucjes, zoals het proberen te herinneren waar ik de avond daarvoor aan dacht toen ik in slaap viel, hielpen nu ook niet. Ik bleef klaar wakker.
Omdat we sinds een paar maanden geen krant meer hebben, besloot ik mijn computer maar op te starten. Want tsja, wat is er slaapverwekkender dan het lezen van NRC Handelsblad-artikelen. Niets toch? Dat dacht ik ook, maar dat bleek niet het geval. Het was ontzettend saai, maar slaperig werd ik er niet van. Zelfs van overwerken bleef ik klaarwakker, iets waarbij ik normaal gesproken zo wegdut (voor de collega’s die dit lezen: grapje). Andere opties waren er eigenlijk niet. Het werd een soort van race tegen de klok. Even wat gaan drinken in en keuken en daarna maar de TV aan. Behalve alle seksreclames was er gelukkig ook wat fatsoenlijks op tv: Comedy Central. Hersenen uit en blik op oneindig. Wachten op de tonen van de wekker.
Je begrijpt het vast al: die nacht heb ik dus niet geslapen. Vermoeid was ik niet. Werken ging goed, sporten ging uitstekend. Om elf uur ben ik mijn bed in gegaan en raad eens? Ogen dicht en slapen. Wat nou insomnie?
Leander Mascini