Column | 26 oktober 2009
|
reacties (2)
Mijn mond valt van verbazing wagenwijd open. Het moet eruit zien als een cartoon. Mijn onderkaak schuurt het bureau waarop de monitor staat, waar ik met grote ogen naar kijk. Ik kan het niet geloven. Is het wel zo? Na jaren lang meespelen is het toch echt waar. Ik heb het. Het geld is van mijn. Euro-tekens vullen mijn ogen. Het zweet breekt me uit. Toch maar even nog een keer proberen voor de zekerheid. Verrek, het is echt zo. De jackpot van de Staatloterij is gevallen. En jawel: op mijn lot.
Even krijg ik geen kik uit mijn mond. Met mijn rechterhand druk ik mijn onderkaak weer in de kom. ‘Jezus’, floept er uit. ‘Wat moet ik in vredesnaam met zoveel miljoen euro’, schiet er door mijn hoofd. Tuurlijk, het is handig geld te hebben, maar zo ontiegelijk veel. Waar werk je eigenlijk nog voor? Waarom zou je uberhaupt nog leven? Alles heb je al bereikt, zou je bijna gaan denken.
Voor mijn ouders maakte ik snel een keuze. Mijn vader krijgt zijn geliefde Volvo XC70, en ook mijn moeder krijgt een mooie auto. Mijn broertje kan een huis in Breda gaan uitkiezen en mijn zusje twijfelt nog altijd wat ze met haar deel van het geld wil gaan doen. De rest is eruit: lekker makkelijk.
Tenminste: dat lijkt zo. Het vervelende van miljoenen is namelijk, dat je zoveel overhoudt dat je niet weet waar je het aan moet spenderen. Een deel van het geld gebruik ik om het te vieren met mijn vrienden. En daar begint het gezeik. Want wat zal ik eens doen? Een all-inclusive vakantie met zijn allen? Een heel wagenpark, waaruit iedereen een voertuig mag kiezen? Of wordt het toch de aankoop van een eigen discotheek, zodat we altijd goede muziek horen met uitgaan.
Daarnaast: is het niet hartstikke gevaarlijk? Laatst won er iemand de straatprijs op televisie en die mensen zijn een tijdlang afgeperst. Geld trekt ook onrust en criminaliteit aan. Goede beveiliging is wel op zijn plaats dus. Maar om nou de rest van mijn leven met acht bodyguards om me heen te lopen, dat is ook weer zo vervelend. Je kan nooit zomaar ergens naartoe. Altijd over je schouder kijken.
De spontaniteit van het leven gaat er zo natuurlijk wel een beetje vanaf. Daarnaast: hoe zou je nog iemand blij kunnen maken met een klein cadeautje, wanneer iedereen weet dat je miljoenen op je rekening hebt staan? Over cadeautjes gesproken: wat wil ik zelf eigenlijk hebben? Een studio? Een appartement? Een rijtjeshuis? Of zal ik maar gewoon een heel huizenblok kopen?
Even weet ik het niet meer. Ik ben verward, ongelukkig en zie het niet meer zitten. Tot ik opeens wakker schrik. Het was een droom. De lakens plakken om mijn lichaam van het zweet. Angstzweet. Maar toch: het geld is weg. Geen cadeautjes, geen onbezorgd leven.
Erg is het niet. Veel geld geeft alleen maar kopzorgen. Laat mij maar lekker dromen. Hopen op die jackpot van de Staatsloterij. Dat geeft vast een beter gevoel dan dat je hem eenmaal gewonnen hebt.
Leander Mascini