HOOFDDORP - <><>'God kind, ben je er nog?', kreeg het joodse meisje Hélène Egger in 1945 van haar buurvrouw te horen. Alsof ze niet had mogen bestaan.
Lang zweeg Hélène over haar oorlogservaringen. Tot zij in 1997 middels een video-interview meewerkte aan de Shoah Foundation van Steven Spielberg die ervaringen vastlegt van overlevenden en andere getuigen van de holocaust. Haar verhaal vormt de basis van het boek Ik ben er nog en een solovoorstelling van haar dochter Debby Petter die donderdag in Het Oude Raadhuis in première ging.
Tien was Hélène Egger (1929) toen de oorlog uitbrak. De start van haar leven was al niet erg gelukkig. Haar ouders waren gescheiden en daarom woonde ze bij haar grootouders. Haar moeder overleed al voor de oorlog. Twee broers, vader en tweede echtgenote werden vergast. Zelf ontsnapte ze op een haartje na aan transport naar een concentratiekamp. Vele onderduikadressen volgden. Na haar interview voor Shoah Foundation vertelde zij haar verhaal aan haar familie, later ook aan kinderen op scholen. 'Ik wil niet dood gaan met een hoofd vol oorlog', aldus Egger; een indrukwekkende zin die uiteindelijke bevrijding uitdrukt en herhaald wordt in de solovoorstelling van Debby Petter. Zij schreef er in 2009 een boekje over in heldere taal, zodat het ook op scholen kan worden gelezen. Thomas Verbogt bewerkte het voor toneel en is ook de regisseur van het stuk.
Melodrama
Het is geen sinecure om een dergelijk onderwerp als dochter op de planken te brengen in een solovoorstelling zonder pauze. Er is een zekere afstand nodig om deze zware materie geloofwaardig en zonder melodrama te vertolken. Petter is erin geslaagd om tot haar publiek door te dringen. De zaal was anderhalf uur muisstil; inclusief de jonge mensen van een jaar of vijftien die mogelijk een werkstuk voor school over het onderwerp maken.
Het stuk grijpt je naar de keel, mede door de sobere vormgeving die niet afleidt en de heldere taal. Nauwelijks decor: alleen drie tafeltjes op het toneel, waarlangs Petter zich verplaatst, zodat het stuk niet te statisch wordt. Eén met foto's verwijzend naar het verleden. Een mooie vondst vormen de witte herfstbloemen die op een blok gedurende de voorstelling één voor één worden geschikt in een vaas. Alsof Petter vanuit het heden als volwassene terugkijkt op haar jeugd en deze afstandelijk becommentarieerd. Zij herinnert zich de berustende uitspraken van haar moeder: 'Het is nu eenmaal zo' en 'Het zal wel'. Nooit een verwijzing naar de oorlog.
Dan kruipt ze in de huid van haar moeder, die in haar vroege tienerjaren mee moet maken dat haar broers vertrekken om in Duitsland te gaan werken. Optimistisch nog, want ze gaan ervan uit dat ze terugkomen. Haar vader en tweede echtgenote worden afgevoerd. Dat lot treft ook haar grootouders die de oorlog overleven. Een jeugd is haar nooit gegund. Als een wonder overleeft zij na een zwerftocht langs vele onderduikadressen. Die passages zijn de meest indrukwekkende. Petter brengt dat verleden overtuigend terug, heel ingetogen acterend zonder zich te bezondigen aan een overdreven meisjesstemmetje.
Ik ben er nog loopt tot en met april 2012, zie www.hekwerk.nl.