REGIO |
15 november 2011
|
1
|
Door de dichtbijredactie, Wim Smit (Witte Weekblad)
HOOFDDORP - 'Elke dag reed ik over die Weg om de Noord, want ik werkte op Schiphol', aldus de in Hoofddorp woonachtige 26 jarige Fuego D. tijdens de zitting voor de meervoudige kamer te Haarlem op 10 november.
Op 23 september 2009 rijdt F. in zijn zwarte VW Golf, samen met zijn 24-jarige vriendin F. en 30-jarige broer P., na een etentje terug naar huis. 'Het enige dat ik me herinner, is dat ik naar mijn snelheidsmeter keek, deze gaf een snelheid van 90 kilometer per uur aan. Daarna werd het zwart en kan ik me niets meer herinneren.' Als de politie arriveert, zit F. met ernstig beenletsel in het talud naast het wrak van zijn auto waar hij uitgeslingerd is. De auto zit als het ware om een boom gevouwen. Vriendin F. en broer P. zijn op slag dood.
In het proces-verbaal bevinden zich twee getuigenverklaringen. De één verklaart zelf rond de 90 kilometer per uur te hebben gereden toen een zwarte Golf hem met grote snelheid inhaalde. 'Wel 120 of meer.' De andere getuige zag hoe de zwarte Golf met hoge snelheid,op een meter afstand achter een witte auto aanreed. Een rookwolk rond de boom was het volgende beeld, aldus deze getuige. De rechter legt F. diverse vragen voor. F. laat weten dat hij er geen agressieve rijstijl op na houdt en tijdens het ongeluk geen autogordels droeg. 'Dat doe ik nog steeds niet, want als ik dat wel had gedaan dan zat ik hier niet meer.'
F. zegt na het ongeluk geen contact met de familie van zijn vriendin te hebben opgenomen, omdat hij bang was voor emoties en agressie. De familie van F. is vandaag in grote getale aanwezig. F. blijkt weer werk te hebben gevonden en heeft ook een andere auto aangeschaft. Wel geeft hij aan nog last te hebben van zijn been, waardoor hij bijvoorbeeld nog niet kan rennen.
De rechter bespreekt de uitslag van technische onderzoeken en stelt vast dat er geen sprake was van alcohol of drugsgebruik. Hierna worden de ouders van F. in de gelegenheid gesteld om gebruik te maken van hun spreekrecht. In een emotioneel betoog geven de ouders aan dat het verdriet om het verlies van hun dochter niet minder wordt. Twee broers van het omgekomen meisje hebben schriftelijk gereageerd en hun verklaring wordt door de rechter voorgelezen. Uit deze reacties blijkt dat ze het F. heel kwalijk nemen dat hij naar hen nimmer heeft gereageerd. Als F. in de gelegenheid wordt gesteld nog een slotwoord te spreken, zegt hij spijt te hebben. 'Ik wou dat ik de tijd kon terugdraaien.' Over het contact met de familie van F., geeft hij aan dat hij het verkeerd heeft aangepakt.
De Officier van Justitie acht schuld bewezen, maar gaat niet uit van opzet en vraagt daarom geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wel een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een rijontzegging voor de duur van drie jaar. Tenslotte eist zij een werkstraf van 240 uur.
Uitspraak 24 november 2011