Winkelen zelf vind ik niet eens zo onaardig. Met de juiste persoon is het zelfs leuk. Maar als ik ergens een hekel aan heb, is het het winkelend publiek. Van die mannen en vrouwen, vaak nog met kinderen ook, die al slenterend door het centrum lopen. Sjok sjok. Van winkel naar winkel. Shoppen mag, maar doe het dan in vredesnaam op een wat hoger tempo.
Want sloom, dat gaat het ja. Hand in hand, stoppend voor elke etalage. Met gigantische tassen vol kleding, zodat er verder niemand langs kan. Het maakt de geoefende shopper geen moer uit. Klant is koning, niet alleen in de winkel, maar ook op de stoep daarvoor.
Dat het wat langzamer gaat, kan ik me nog wel voorstellen. Ik erger me eraan, maar weet dat het eenmaal zo gaat. Waar ik wel echt boos om kan worden, zijn de winkelaars met het iq van een verlepte postduif.
Dat zijn van die mensen die een bekende tegenkomen en besluiten midden in een drukke winkelstraat stil te gaan staan. Gevolg: een flinke file. Niemand kan meer goed doorlopen en zelfs fietsers moeten afstappen om hun weg te vervolgen.
Eigenlijk zou de overheid moeten ingrijpen. Er zogenaamde ‘loopstroken’ komen. Een rechterstrook voor de etalageshopper en een linkerstrook voor de snelle shoppers. Voor de ouwehoerende koffiedames moeten er parkeerhavens komen in de straat. Waar ze rustig met de buurvrouw van drie hoog achter kunnen beppen.
Het is de perfecte oplossing. De vrouwen en moeders met kinderen in de rechterstrook, de oma’tjes in de parkeerhavens en de mannen op de snelle linkerstrook. Nu maar hopen dat de politie dit goudmijntje niet ontdekt. Zou toch jammer zijn: geflitst bij het shoppen omdat je te hard liep.
Leander Mascini