Ieder mens heeft het wel. Een paar stelregels waar je je koste wat kost aan wil houden. Een soort van eigen besef van normen en waarde. Iets waar je naar leeft en wat je aanhoudt. Noem het een handleiding voor jezelf.
Die van de meesten is wel te raden. Niet stelen, niet moorden en niet liegen. Eigenlijk meer de algehele consensus dus. Ik had daar altijd een voor mij opmerkelijke regel aan toegevoegd. Ik heb mij altijd voorgenomen nooit en te nimmer te daten met een collega. Dat kan niet, is niet handig en hoort ook niet. Het leidt je af, dan kan je met tegenstrijdige belangen werken en in een slecht geval kan het eindigen in een ruzie. Een fikse ruzie. Waardoor het werken onmogelijk wordt. Nee, vooral geen collega’s daten, dat was mijn levensmotto. Het liefhebben op kantoor is verboden. Een collega is een verboden liefde.
Maar weet je. Ik heb verloren. Verloren van de liefde. Snappen doe ik het nog steeds niet. Ze was een stagiaire van een andere afdeling. Veel met haar te maken had ik niet. Ik zag haar wel eens voorbij lopen, op weg naar de kantine. Of sprak haar op één van de vrijdagmiddagborrels. Maar daar hield het bij op. Tenminste, dat was mijn eerste bedoeling.
Op de een of andere manier hadden we een klik. Het begon met mailen over werk, daarna over het weekend en het breidde zich steeds verder uit. Uiteindelijk waren we dagenlang aan het sms’en en vierden we samen Koninginnedag.
Je eigen regels niet opvolgen is zwak. Stom misschien zelfs wel. Maar noem mij dan maar een domme slappe zak. Want stiekem voel ik mezelf een winnaar. Ze is leuk, lief, slim, knap en grappig. Alles wat ik zoek in een vrouw. En dat collega zijnde? Ach, dat is gelukkig al weer over. Ze is terug naar school. Zodat ik haar weer lief kan hebben. In het openbaar. Laat iedereen het maar weten. Ik ben er trots op. Wat nou; verboden liefde?
Leander Mascini