De laatste hand. Want daar staan we dan. Op Eindhoven Airport, tenminste: het militaire gedeelte daarvan. Op zich hoort het iemand afzetten op het vliegveld mij weinig te doen. Want kom op, ik leef mijn hele leven al in Hoofddorp, onder de rook van Schiphol. Speel vaak voor chauffeur en ga in het weekend regelmatig in de vertrekhallen kijken. Toch is het dit keer totaal anders.
Wanneer je broertje naar Afghanistan wordt uitgezonden, is dat een vreemd gevoel. Natuurlijk: hij wil graag en vindt het zijn plicht. Maar voor ons als familie is het toch wel vreemd. Toen hij het voor het eerst vertelde, dacht ik wel dat het los zou lopen. Nederland zou zich tegen die tijd wel hebben teruggetrokken. Niet dus. Hij moet toch naar dat verre land om te ‘vechten’ tegen een stel mannen in jurken.
Zelf had ik het niet gedaan, daar ben ik eerlijk in. Het trekt me totaal niet, zo’n uitzending. Maar goed. Hij staat met de volle honderd procent achter zijn keuze. En zijn keuze, is meestal de juiste. Hij mag dan wel jonger zijn, toch is hij de meest verstandige van ons twee. Doet alleen gekke dingen als het echt kan, staat met beide benen op de grond. Ik doe alles meer op impuls en zie daarna wel wat er van komt.
Hij heeft het allemaal allang in zijn hoofd zitten. En wil dolgraag helpen in die zandbak. Dat is mijn argument dan ook, wanneer mensen mijn mening vragen. Ik doe alsof het me niet interesseert en dat ik het wel oké vind omdat hij het graag wil. Gelukkig weet hij wel beter.
Want geloof me: ik mis hem heus wel, mijn ‘kleine broertje’. En of het echt de laatste hand was? Dat weet ik pas over drie maanden, wanneer ik hem in Eindhoven weer kan ophalen. Of nou ja, eigenlijk kan ik het eerder ook al te weten komen, maar daar denk ik liever niet over na.
Leander Mascini