REGIO |
09 oktober 2012
|
reageer
|
Door
Lemaire, dichtbij-meeschrijver
ALKMAAR - Ere wie ere toekomt. Na het lezen van de Alkmaarse Courant, met de schreeuwende opening "Rel rond toespraak Zwagerman", een beeldenstorm in een groot glas water, ging ik naar Alkmaar voor de herdenkingsbijeenkomst van het "Ontzet".
Niet alles wat wordt toe- en uitgesproken valt in goede aarde en in 1573 was de grond rond Alkmaar doorweekt, het water Alkmaar goed gezind. Het kwam het ontzet ten goede en daar plukken we nu nog de historische vruchten van. In positieve zin, zo ook dit stukje. Wat me inviel in de Grote Kerk was dat ik het besluit van het coalitiecollege om de Sint Laurenskerk meer en beter te benutten een warm hart toedraag. Voor mij was het tot gisteren een onbekend terrein, "terra incognita". Met een eerste herkenning bij de ingang, Gosse Postma in vol muzikaal ornaat, anders dan het gebruikelijke hang- en sluitwerk, ook goed trouwens. In de zaal herkende ik meerdere gezichten, zoals dat van de burgemeester en van de CdK, met meer prominenten en andere Alkmaarders die allemaal op hun eigen manier prominent aanwezig waren.
Meestal heb ik wel iets aan te merken op het bestuurscollege, nu even niet, dat past niet bij zo'n feestelijke dag. Gewoon blij en daarom nu een compliment aan onze hoogste bestuurslaag, omdat het fijn is dat de Grote Kerk ruimhartig en vrijgevig is opengesteld. Mijn oppositionele hart maakte echt een figuurlijk sprongetje van blijdschap, waar de prachtige muziek van Soli Deo Gloria een fraaie steen, een groeibriljantje, aan bijdroeg. De kunst om mooie muzikale klanken op zo'n prachtige manier ten gehore te brengen is een kunst op zich. Anders dan schrijven, hoe graag ik dat ook doe, liefst met liefde.
De verstandige toespraak, daarom heet het een rede, ander woord voor verstand, was me uit het hart gegrepen. Over vrije tijd en de inzet van vrijwilligers, in mijn beleving ook een college voor het college en hopelijk niet aan dovemansoren gericht, inclusief het vrouwelijke smaldeel in ons bestuur.
Na afloop heb ik ons aller, dat is hij toch echt, burgemeester een welgemeend compliment gemaakt voor zijn genuanceerde en ont-rellende woorden van afgelopen zaterdag. Ook dat mag gezegd worden.
Tussen de gesproken woorden werden we verblijd door Soli en de rest, onder meer met :"Wachet auf, ruft uns die Stimme", gecomponeerd door Bach als een samenspel van prachtige muzikale klanken. Vooral de samenhang, zacht en luid, licht en zwaar, soepel in elkaar overvloeiend, viel me op, het samen-spel, het had veel weg van wat gehouden wordt voor de ideale samen-leving. Ruimte voor anderen, andere geluiden. Soms bombastisch, aanzwellend als het ook in 1573 wassende water dat zich later terugtrok.
Bijzonder trouwens dat ik later op het bomvolle cultuurplein "Geef mij maar Amsterdam" uit de luidsprekers hoorde. Toen was ik vis-via op weg naar Bodrum voor een paar heerlijke broodjes, in dat pand vol rood als in de vlag van Alkmaar, uitgedragen door veel sjaals. Een kleurrijk geheel, bont als onze samen-leving, waar een Alkmaarse vrouw met een van nature blij gezicht kwam en ook weer ging, als dat water van weleer, 1573. Dat gezicht paste helemaal bij deze feestelijke dag. Gewoon blij.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op:
09 oktober 2012