REGIO |
13 december 2011
|
reageer
|
Door
boswachter, dichtbij-meeschrijver
BERGEN NH - Je ziet ze bijna nooit, soms als een schim in de schemering. Ze vliegen geluidloos, alle takken en bomen behendig ontwijkend. Verder hoor je dan alleen de angstaanjagende geluiden die ze maken. Een ietwat schril oehoeoehoe roepen ze uit het bos, en holle boom of een oude schuur. Soms naar elkaar, de een roept de ander antwoordt.
Bosuilen leven in oude bossen of parken met oude, holle bomen. Je ziet ze bijna nooit overdag, ze spelen verstoppertje. Op hun roestplaats zitten ze met hun kastanjebruine met donkere strepen tegen de stam van een boom gedrukt. Opvallend zijn de witte plekken op de schouders van de vogel. Doodstil, de grote ogen voorin de kop zien alles, vele malen meer dan mensen. De kop kan 270 graden draaien zonder dat het lijf beweegt. Ook het gehoor is uitstekend, ieder geritsel, hoe licht dan ook, hoort de bosuil.
Een scherpe kromme snavel, stevige klauwen met vlijmscherpe nagels om de prooi vast te grijpen. Vleugels met donsachtige uiteinden aan de veren maken dat je de vogel niet hoort vliegen. Met zijn korte vleugels is het een echte sprinter en soms laat hij zich vanaf een tak bovenop de prooi vallen. Dat bij elkaar maakt het tot een geducht jager in het donkere bos. De bosuil jaagt op muizen, kleine vogels, kevers en soms kikkers of padden.
Ze slikken de prooi in zijn geheel door. Niet alles van die prooien verteert, wat onverteerbaar is wordt uitgebraakt. Dit noemen we braakballen. Die zijn vaak te vinden onder de roestplaatsen van de uil. Als je wilt weten wat de uil zoal eet kan dat door de braakbal uit te pluizen. In warm water valt de bal uiteen en krijg je botjes, veertjes, tanden en ander moois te zien.
In deze tijd van het jaar zijn de bosuilen goed te horen. Op stille, heldere nachten roepen ze naar elkaar. De paartijd nadert want in februari hebben de bosuilen al een nest met eieren. Van twee tot vier witte pingpongballen in een holle boom of een verlaten nest van iemand anders. Na een maand komen de jongen uit het ei. Het zijn oerlelijke, witte donsballetjes “uilskuikens”. Jonge uilen, net uit het nest noemen we “takkelingen”. Ze groeien heel snel en blijven vaak rond de plaats waar ze geboren zijn. Dan horen we de volgende jaren weer het spookachtige oehoehoe in het donkere bos.
Ben Hopman, boswachter.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 03 januari 2012