Regio | 06 december 2011
|
Ingezonden door: boswachter
BERGEN NH - Wintervlinders behoren tot de nachtvlinders, tot de grote groep der spanners. Spanners danken hun naam aan het voortbewegen van de rups, met gekromde rug om zich daarna weer uit te strekken.
Al deze spanners hebben hun eigen vliegtijd en periode`s om zich voor te planten. De wintervlinders vliegen dan ook in de wintertijd. Er leven er drie: de meest algemene Kleine wintervlinder, de grotere Grote wintervlinder en de zeldzame Berkenwintervlinder.
Er is iets afwijkends met deze vlinders ten opzichte van andere spanners. De mannetjes van de soort hebben gewoon vleugels, maar de vrouwtjes daar in tegen missen de vleugels. Eigenlijk hebben ze een soort kleine stompjes, die met het blote oog vrijwel niet te zien zijn. Het leven van de Grote wintervlinder ziet er als volgt uit:
De rupsen leven massaal in eikenbossen, in sommige jaren worden de eiken dan ook totaal kaal gevreten. Na het rupsenstadium spint de rups een lange draad om vervolgens te verpoppen in de bosbodem. In de herfst en winter komen de vlinders uit hun pop. De mannetjes met vleugels vliegen in de nacht rond en komen graag op licht af. De vrouwtjes zonder vleugels klimmen in een boom en gaan rustig op de stam zitten. Vervolgens produceren ze een lekker geurtje (feromonen) om de mannetjes te lokken. De mannetjes kunnen deze lokstoffen tot op vele honderden meters waarnemen en komen dus op de vrouwtjes af.
Nu komt de paring, daarna klimt het vrouwtje verder de boom in en zet de eitjes af op de takken van de eik. De rupsen komen vanaf april uit hun eitje, waarna ze zich te goed doen aan de frisse jonge eikenblaadjes. En zo start de cyclus weer opnieuw. Dus ziet u in de winterperiode in de nacht een vlindertje vliegen, dan weet u nu dat een wintervlinder moet zijn en dan uiteraard een mannetje. En let eens op de stammen misschien treft u daar dan de vleugelloze vrouwtjes aan.
Ben Hopman, boswachter.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op: 03 januari 2012