Bijna niemand in Groningen kent het winkeltje. Winkeltje is eigenlijk ook niet zon goeie omschrijving. Een vlag met werkplaats zou de lading – weet ik nu – veel beter dekken. Ik raakte er bij toeval verzeild. Hoewel een portie geluk en een klein beetje scherpte mij ook goed van pas kwamen.
Het was middag, grijs en grauw en het was op de kruising van het Nieuwe Kerkhof en de Noorderkerkstraat. Zoekend naar de voordeur van een Marktplaatshandelaar viel mn oog op een klein, verguld naambordje. En ondanks dat het naambordje pas gepoetst moest zijn, was van de drie initialen alleen de middelste leesbaar: een H. Van de achternaam kon ik slechts drie opeenvolgende letters herkennen, in een totaal van waarschijnlijk 11: gil. Maar achter die onleesbare naam stond een wel heel erg tot de verbeelding sprekend woord, bij wijze van beroep. Cursief gedrukt, duidelijk leesbaar, alsof het er later in gestanst was, stond er achter de naam:
verhalenjuwelier.
*.H.*. ***gil*****,
verhalenjuwelier
Naast het naamplaatje een ronde knop. Een ronde knop waarvan je weet dat er een massief metalen stangetje aan vast zit dat door het kozijn heen een kleine klok in beweging kan zetten. De zogenaamde trekbel. Langzaam trekken en duwen heeft bij dit soort deurbellen geen zin. Enkel een korte, felle beweging brengt kleine klok en klepel samen. Ik kon de verleiding niet weerstaan.
In de lange en verwachtingsvolle seconden die volgden op het aanbellen – de oren gespitst op krakende traptreden en andere stommelgeluiden – overdacht ik het woord verhalenjuwelier. In mijn enthousiasme dacht ik aan glimmende woorden, omgesmolten tot een gouden verhaal. Maar was het niet gewoon een malafide woordenboer? Verhalenjuwelier als synoniem voor iemand die t “mooi kin verkoopm”, die praatjes van hem. Een politicus wellicht? Een positiviteitsgoeroe? Of, grappig gevonden, een cabaretier?
Al wachtend had ik opeens de neiging om met mn rug richting de deur te gaan staan, zoals quasinonchalante colporteurs plegen te doen, maar op dat moment hoorde ik de klink naar beneden gaan. De deur bleek deelbaar. (Ik heb dat altijd werkelijk fantastisch gevonden!) Maar tot mijn grote verbazing werd deze keer eerst de onderste helft van de deur open gedrukt, waardoor ik even heel kort terugdacht aan die kinderboekjes met drie van die kartonnen luikjes voor een getekend mannetje. Nu was alleen het luikje met de benen nog maar open gegaan.
Wordt vervolgd.