Advertorials |
27 april 2012
|
reageer
|
Door
BoutOveres advocaten, dichtbij-meeschrijver
Stel:
Uw werknemer heeft een verkeersongeval dat te wijten is aan hem- of haarzelf en er is of zijn geen anderen bij het ongeval betrokken. Dat heet een eenzijdig ongeval en er is dus geen “tegenpartij” om opgelopen schade op te claimen. Vindt dit plaats in werktijd en/of tijdens de uitoefening van de functie en/of tijdens een bedrijfsuitje dan is een werkgever aansprakelijk voor de ontstane schade aan personen of zaken. En die schade kan behoorlijk oplopen. Denk eens aan gemaakte huishoudelijke en zorgkosten wegens (tijdelijke) invaliditeit, eigen bijdrage aan ziektekosten of smartengeld. Om nog maar te zwijgen van inkomensverlies bij blijvende arbeidsongeschiktheid….
Als deze werknemer de juiste juridische bijstand krijgt, dan zal hij of zij de geleden schade proberen te verhalen op de werkgever.
Primair heeft u hiervoor een werkgeversaansprakelijkheids-verzekering (AVB) afgesloten en in de polis wordt verwezen naar artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek. In het wetsartikel staat vermeld dat een werkgever moet zorgen voor een veilige werkomgeving. Overtreding van deze norm gebeurt vaak onbewust, bijvoorbeeld “een veiligheidshelm wordt wel gegeven, maar niet gedragen”. Ook als u alles heeft ondernomen om de veilige werkplek te stimuleren, draagt u verantwoordelijkheid en gelukkig bent u hiervoor gedekt met de AVB.
Maar bent u zich ervan bewust dat uw aansprakelijkheid nog verder reikt? Ook als uw werknemer per gemotoriseerd vervoer of op de fiets in functie een eenzijdig ongeval heeft of als voetganger (in functie) op de openbare weg door eigen schuld wordt aangereden door een derde draagt u de aansprakelijkheid voor de consequenties van dit ongeval. Naast de verantwoordelijkheid voor een veilige werkplek heeft u namelijk als werkgever een aansprakelijkheid op basis van artikel 7:611 uit het Burgerlijk Wetboek: de zorgplicht voor uw werknemers valt onder goed werkgeverschap. Ook als er geen sprake is van onveilige arbeidsomstandigheden en een ongeval is geheel en al te wijten aan uw werknemer, wordt u aansprakelijk gehouden voor de consequenties.
Stel:
Uw werknemer rijdt, bromt of fietst naar een zakelijke afspraak en hij parkeert iets te enthousiast tegen een lantaarnpaal…. De gevolgen kunnen groot zijn en vormen een afgeleide aansprakelijkheid die valt onder 7:611 BW. In recente rechtspraak wijst de rechter of Hoge Raad aansprakelijkheid in toenemende mate toe aan werkgevers.
Het risico dat u loopt betreft dus een discussie met uw verzekeraar; valt deze aansprakelijkheid onder uw verzekeringsdekking? Als dit niet het geval is, veroordeelt de rechter u als werkgever tot betaling van de schade die net zo hoog is als een polis zou hebben uitgekeerd. En dit kan zeer hoog oplopen! Deze discussie is gemakkelijk te pareren met de juiste formulering in uw AVB-polis. Onlangs heeft de Hoge Raad hier een
uitspraak over gedaan.
Bout Overes Advocaten adviseert u daarom om de AVB-polis aan de hand van die uitspraak te laten checken op vermelding van zowel artikel 7:658 BW als 7:611 BW. Is dit het geval, dan bent u altijd gedekt voor de schade die een ongelukkige werknemer bij u kan claimen!
NB.
Een lopende SVI-verzekering is hiermee overbodig geworden tenzij de AVB polis dekking voor ongevallen met motorrijtuigen heeft uitgesloten. Lees uw polis dus goed na en overleg met uw assurantie-tussenpersoon.
Juridischer kunnen wij het wel maken, makkelijker niet!

Auteur: Jan van der Molen