SPORT |
01 augustus 2012
|
reageer
|
Door
Holla Advocaten, dichtbij-meeschrijver
Bart is 16 jaar oud en gaat voor het eerst naar een sportschool. Hij kan gebruik maken van een gratis proefles. Na de proefles wordt hem gevraagd om een formulier in te vullen en te ondertekenen ten behoeve van de administratie. Na een week valt er een brief met acceptgiro op de deurmat. Bart blijkt een jaarabonnement te hebben afgesloten en wordt verzocht € 120,00 te betalen voor het eerste kwartaal.
In de rubriek Holla Helpt behandelen dichtbij en Holla Advocaten om de week een juridische vraag van één van onze lezers. Deze vraag komt van de vader van Bart.
Vraag: Is er een mogelijkheid om onder het abonnement uit te komen?
Antwoord: Bart is jonger dan 18 jaar en dus minderjarig. De ouders van Bart kunnen daarom proberen op grond van de wet het abonnement aan te tasten, tenzij zij Bart toestemming hebben gegeven. Daarvan is sprake indien Bart, in het bijzijn van zijn één van zijn ouders, na afloop van de proefles het abonnement afsluit.
Het abonnement kan ook niet worden aangetast indien de toestemming wordt verondersteld te zijn verleend. Het gaat dan om een handeling waarvan in het maatschappelijk gebruikelijk is dat deze door een minderjarige wordt verricht.
Indien Bart, zoals in dit geval, alleen naar de sportschool gaat, komt de vraag op of de sportschoolhouder erop mag vertrouwen dat Bart toestemming heeft verkregen.
Op basis van de huidige maatschappelijke opvattingen zou de sportschoolhouder kunnen betogen dat Bart een abonnement kon afsluiten, omdat het gebruikelijk is dat iemand van 16 jaar dergelijke handelingen verricht. Naarmate een kind ouder wordt, nemen immers diens ontwikkeling en mondigheid toe en is een kind beter in staat om de financiële last die de handeling met zich meebrengt, te dragen. De behoefte aan bescherming neemt dan af.
Wat nu? De ouders van Bart zouden kunnen betogen dat Bart ten tijde van het ondertekenen van het formulier in een onjuiste voorstelling van zaken verkeerde. Indien deze onjuiste voorstelling met opzet is gecreëerd, is er sprake van bedrog.
Bedrog is in de praktijk echter lastig te bewijzen. Indien er geen opzet in het spel is, kan er sprake zijn van dwaling. Het is dan wel van belang dat Bart bij een juiste voorstelling van zaken het abonnement niet had afgesloten.
Er zijn verschillende categorieën van dwaling te onderscheiden. Zo kan een dwaling te wijten zijn aan mededeling van de sportschoolhouder (“het formulier is alleen bestemd om jou op te nemen in onze adressenbestand”). Er kan echter ook sprake zijn van dwaling indien de sportschoolhouder zwijgt waar had moeten worden gesproken (de sportschoolhouder wijst Bart er niet op dat hij een abonnement afsluit). Op de sportschoolhouder rust dan een mededelingsplicht. Deze mededelingsplicht gaat veelal voor de onderzoeksplicht van Bart. Van dwaling kan ook sprake zijn indien zowel de sportschoolhouder als Bart in een onjuiste voorstelling van zaken verkeren.
Het is in dit voorbeeld voorstelbaar dat Bart een formulier werd voorgeschoteld dat onduidelijk was, snel moest worden ingevuld (“nee, je mag het niet mee naar huis nemen”) en waarop bovendien “kleine lettertjes” stonden waardoor Bart zich niet realiseerde dat een abonnement werd afgesloten en dus dwaalde. De feiten en omstandigheden van het geval zijn echter steeds doorslaggevend.
Dit antwoord werd gegeven door mr. Délon Vielvoye, advocaat bij Holla Advocaten.
Ook hulp nodig?
Ben je verwikkeld in een lastig juridisch conflict en heb je hulp nodig? Als ondernemer krijg je vandaag de dag veel voor je kiezen. Heb je vragen over personeelskwesties, contracten, e.d.? Dichtbij en Holla Advocaten bieden hulp. In de rubriek Holla Helpt behandelen de specialisten van Holla Advocaten vrijblijvend juridische vragen en kwesties van lezers van Dichtbij. Stel je vraag of kwestie – anoniem – via maud.robberts@dichtbij.nl of reageer onder dit bericht. Dichtbij neemt contact op met de juiste specialist van Holla Advocaten die je vraag vrijblijvend beantwoordt.