ZORG & WELZIJN |
29 mei 2012
|
reageer
|
Door
Holla Advocaten, dichtbij-meeschrijver
Het aantal partneradopties is sinds 2000 bijna verviervoudigd. De belangrijkste reden hiervoor is dat in 2001 de mogelijkheid is ontstaan voor lesbische stellen om elkaars kinderen te adopteren. In 2010 waren 8 van de 10 adopties door een zogeheten duomoeder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In de meeste gevallen was het geadopteerde kind een baby.
Vaak krijgt een van de vrouwelijke partners een kind, met behulp van een al dan niet bekende donor, waarna de andere partner het kind adopteert. De biologische moeder van het kind wordt door de geboorte van rechtswege juridisch ouder van haar kind. Door adoptie wordt ook de duomoeder juridisch ouder.
Voor duomoeders gelden enkele eisen niet die normaal bij adoptie wel van toepassing zijn, te weten de verzorgingstermijn en de samenlevingstermijn. Het adoptieverzoek kan direct bij de rechtbank worden ingediend, zelfs al vóór de geboorte van het kind.
De overheid wil dat een duomoeder nóg eenvoudiger het ouderschap kan krijgen over het kind van haar vrouwelijke partner, namelijk door dit kind te erkennen. Voor erkenning van een kind hoef je niet naar de rechter. Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) heeft hiervoor een strekkend wetsvoorstel ingediend.
Als de wet wordt aangenomen zou dit betekenen dat de duomoeder buiten de rechter om de juridische ouder van het kind kan worden. Het is, mede door de val van het kabinet, moeilijk te voorspellen hoe lang dit nog zal duren.
Is de duomoeder gehuwd met de moeder van het kind én is duidelijk dat de biologische vader geen rol zal spelen bij zijn verzorging en opvoeding (onbekende zaaddonor), dan ontstaat het juridisch ouderschap van de duomoeder van rechtswege. Dat betekent dus dat de moeders geen actie hoeven te ondernemen. In alle andere gevallen mag de duomoeder het kind erkennen bij de gemeente.
Overigens voorziet het wetsvoorstel ook in een verbetering van de positie van de zaaddonor die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind. Als de wet wordt aangenomen kan deze donor de rechtbank vragen om vervangende toestemming voor erkenning, wanneer de biologische moeder daaraan niet wil meewerken. Dit kan dus problemen opleveren wanneer zowel de donor als de duomoeder het kind wil erkennen. Een kind kan volgens de wet namelijk niet meer dan twee juridische ouders hebben.
In de voorgestelde regeling wordt gedacht vanuit het belang van het kind. Het kind kan door de regeling gemakkelijker twee juridisch ouders krijgen. Zo krijgt de duomoeder niet alleen rechten ten aanzien van het ouderschap maar ook verplichtingen jegens het kind. Denk bijvoorbeeld aan erfrechtelijke aanspraken van het kind en aan de verplichting om bij te dragen in het levensonderhoud van het kind.