REGIO |
11 november 2011
|
reageer
|
Door Marte van den Brink, dichtbijredacteur
KATWIJK - De komst van een zeejachthaven met een groot aantal woningen en het bijbehorende verkeer past niet in Katwijk. Dat is de conclusie die het CDA trekt op basis van het onderzoek naar de haalbaarheid van de aanleg van een haven. Doorslaggevend is daarbij het grote financiële risico dat de gemeente loopt. Hoewel een haven met het oog op de toeristische en economische meerwaarde wenselijk is, blijkt de aanleg een maatje te groot voor de gemeente Katwijk.
De mogelijke komst van een zeejachthaven, al dan niet met achterlandver-binding, spreekt al jaar en dag vele Katwijkers tot de verbeelding. Omdat vrijwel de gehele Katwijkse gemeenteraad de zeejachthaven wenselijk vindt, is uitgebreid onderzoek gedaan naar de haalbaarheid ervan. Het CDA is dan ook tevreden over het onderzoek en de wijze waarop de inwoners van Katwijk bij het maken van de plannen zijn betrokken.
In de hoorzitting en de CDA-ledenvergaderingen is geluisterd naar de voor- en tegenstanders van een zeejachthaven. Het CDA zich de volgende vragen gesteld: past het, kan het en is het financieel haalbaar? Het onderzoek toont aan dat de aanleg van de zeejachthaven technisch mogelijk is.
De aanleg gaat echter samen met een groot aantal woningen, veel extra verkeer en aanzienlijke financiële risico’s. Een investering van 150 miljoen met een risicopercentage van dertig procent is in de visie van het CDA voor het Katwijk van dit moment een maatje te groot, evenals de aantallen woningen die gebouwd dienen te worden. 700 woningen buitengaats vindt het CDA niet acceptabel.
Nuchterheid
Met een financiële bijdrage van de gemeente kan het aantal te bouwen woningen omlaag. Dat is echter niet in het belang van de inwoners van de gemeente Katwijk. Op dit moment overheersen andere zorgen. Bart van Kruistum: “Juist daarom dient nu de Katwijkse nuchterheid te overheersen. De schuldencrisis en vooral ook de grondexploitatie in Katwijk vragen volop onze aandacht. Ons weerstandvermogen dient in het onverhoopte geval daarvoor aangesproken te kunnen worden. Want ook wij weten dat met een maatschappelijke bijdrage de aantallen woningen omlaag kunnen. Maar in wiens belang is dan die bijdrage?"