REGIO |
16 februari 2012
|
5
|
Door de dichtbijredactie, Holland Combinatie (Het Gezinsblad)
DEN HAAG - Het voormalige ministerie van LNV heeft ten onrechte de stichtingen Baanstee Noord Nee en Behoud Waterland buitenspel gezet in een procedure over een ontheffing van de Flora- en Faunawet. Bovendien heeft het ministerie naderhand ten onrechte bezwaren van de stichtingen afgewezen. Dat heeft de Raad van State woensdag beslist.
Het ministerie verleende de ontheffing aan de gemeente Purmerend voor het bouwrijp maken van het gebied waar bedrijventerrein Baanstee Noord moet verrijzen. Door die werkzaamheden worden diverse beschermde diersoorten verstoord of verjaagd. De gemeente kreeg een ontheffing voor het verstoren van de bittervoorn. Een ontheffing voor de steenuil en de kerkuil vond het ministerie niet nodig.
De stichtingen maakten hiertegen bezwaar. Maar ze werden door het ministerie buitenspel gezet. Een procedure bij de Haarlemse rechtbank pakte verkeerd uit voor het ministerie. Die kreeg de opdracht om alsnog de bezwaren van de stichtingen te bekijken. Dat deed het ministerie, maar tegelijkertijd werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
Eisen
De Raad heeft het argument van het ministerie dat de stichtingen niet aan de eisen voldoen om te mogen procederen, in navolging van de rechtbank gekraakt. Volgens de Raad voldoen de stichtingen wel aan alle eisen.
Intussen besliste het ministerie dat de bezwaren van de stichtingen ongegrond waren. Maar ook dat nieuwe besluit in opdracht van de rechtbank is door de Raad onderuit gehaald. Volgens het ministerie zou voor het verstoren van de steenuil en de kerkuil geen ontheffing nodig zijn, omdat er voldoende maatregelen worden getroffen om hun leefgebied te behouden.
De Raad oordeelt nu dat er toch een ontheffing is vereist. Het ministerie mag zijn huiswerk opnieuw doen en dit binnen zes weken bij de Raad inleveren. Veel zin heeft dit overigens niet meer. Volgens de stichtingen zijn de aanwezige uilen uit het gebied verjaagd, omdat de gemeente en het ministerie al te voortvarend te werk zijn gegaan.