DEN HAAG - De rondtrekkende tentoonstelling Afvalmuseum staat van
4 tot 26 januari in het Atrium van het stadhuis.
Het afvalmuseum is een samenwerkingsproject van de
schoonmakers, de kunstenaar Matthijs de Bruijne en de ontwerpers Marnix de Klerk en Nina
Matthijsen, ter gelegenheid van de Dag van de Schoonmakers op 19 maart. Het is
een enorme wand van gele poetsdoeken, waar afval aan hangt. Alledaags afval,
zoals kauwgum en een potlood. Maar ook bijzonder afval: van een injectiespuit
tot een toga.
Er hangt een certificaat van echtheid naast elk voorwerp,
en het verhaal van de schoonmaker die het gevonden heeft. De injectiespuit is
bijvoorbeeld gevonden door Tim, een treinschoonmaker uit Maastricht. Hij heeft
zich aan die naald geprikt en moest daarna een half jaar preventief hiv-remmers
slikken. Dat soort dingen gebeurt vaak en zegt veel over de
arbeidsomstandigheden en het belang van schoonmaakwerk. Stel je voor dat Tim
die spuit niet had gevonden en opgeruimd, dan had er zich misschien wel een
kindje aan geprikt.
Behalve de tentoonstelling is er in 2011 ook een boek
gepresenteerd: Tegenmacht van Piet Heuts, met interviews met betrokkenen.
De rode draad in al die interviews is dat onder invloed van de prijzenoorlog,
de uitbestedingdrift en de kille drang naar efficiency het respect en de
waardering voor het werk van schoonmakers een ondergeschoven kindje is.