REGIO |
08 augustus 2012
|
reageer
|
Door
Dex.Bos, dichtbijredacteur
Wat betekent wonen aan de Mark voor de stedelijke ontwikkeling in de dorpen en andere delen van de stad? En is concentratie van onderwijsinstellingen wenselijk of in 2030 allang niet meer nodig? Dat zijn twee van de dilemmas in het proces van Breda 2030 waarover het college verder in gesprek wil met de stad. Het college stemt deze week in met het Discussiestuk Structuurvisie Breda 2030 en legt het op 23 augustus ter bespreking voor aan de speciale raadscommissie Structuurvisie.
In Het Discussiestuk Structuurvisie Breda 2030 staat een stand van zaken in het proces van Breda 2030 tot nu toe met uiteindelijk een lijst met 19 afwegingen. Daarmee begint het college opnieuw het gesprek met commissie, instellingen en anderen belangstellenden. Voor zes stellingen vraagt het college bijzondere aandacht.
1. Breda 2030, sterke stad, waar mensen kunnen werken
Breda heeft drie economische speerpunten: biobased industry, maintenance en logistiek/transport. Daarnaast wil Breda zich ontwikkelen tot sterke stad. Maar waar moeten tot 2030 de belangrijkste economische ontwikkelingen plaatsvinden? Is Breda centrumstad in Europa of centrumstad in de regio?
2. Breda 2030, leven aan de Mark?
Het water van de Mark is de identiteit van Breda. Studenten gaven aan dat Breda zich sterker zou kunnen profileren als waterstad: het Venetië aan de Mark. En ook expats waarderen Breda als groene stad. En er werd getwitterd over een Jachthaven bij het CSM-terrein. Als Breda alles inzet op mooi leven met groen en water binnen handbereik, dus langs de Mark en bij Via Breda, wat betekent dat dan voor Woonakkers (Teteringen), Breda-Oost, de dorpen en de wijkontwikkeling?
3. Breda 2030, vertier aan woonboulevard-binnenstad-Bavelse berg?
Breda kent drie belangrijke, onderscheidende plekken voor Leisure en recreatie. Onze historische binnenstad, de Woonboulevard en daar komt de Bavelse Berg bij, voor nieuwe, grootschalige evenementen met regionale of internationale uitstraling.
Na een bezoekje aan de Woonboulevard of de Bavelse Berg worden mensen verleid om óók de binnenstad te bezoeken en vice versa. Via duurzaam vervoer op de lijn Woonboulevard-binnenstad-Bavelse Berg. Dit betekent geen grootschalige evenementen op het CSM-terrein of bij het NAC-stadion. Hoe kijkt Breda hier tegenaan?
4. Breda 2030, elk gebied zijn eigen type landbouw
Natuurbehoud, intensieve veehouderij, glastuinbouw, stadslandbouw en recreatie. Dat zijn de belangrijkste manieren waarop ons buitengebied nu wordt gebruikt. We verwachten dat de komende 20 jaar landbouw van blijvend economisch belang is voor ons buitengebied.
Naast schaalvergroting en intensivering wordt de afzet van landbouwproducten in eigen land en regio belangrijker. Om op deze ontwikkeling in te spelen, deelt Breda haar buitengebied in zones in. Een consequentie van deze indeling is bijvoorbeeld dat landbouw met zorg, recreatie of educatie ten oosten van Breda en bij Prinsenbeek niet wenselijk is. Wat vindt de stad van deze indeling?
5. Breda 2030, onderwijsstad
Breda is sterk in hoger en ambachtelijk onderwijs. Niet voor niets is Breda in 2012-2013 Nationale Onderwijsstad. Zowel studenten als diverse organisaties en instellingen gaven in gesprekken aan dat instellingen onderling en onderwijs- en zorginstellingen en het bedrijfsleven nauwer kunnen samenwerken. Ook noemden studenten het huidige openbaar vervoer een knelpunt. Is concentratie van scholen in bijvoorbeeld Spooras/Via Breda wenselijk? En als dat zo is, wat is dan de oplossing voor de leegkomende locaties?
Of doet de fysieke locatie van een school er in 2030 niet veel meer toe? Studeren doe je immers voornamelijk via internet, los van plaats en tijd. Is het dan niet veel belangrijker kweekvijvers voor jonge ondernemers, pas afgestudeerden en zzpers op een logische plek in de stad te hebben? En wat betekent dit voor de invulling van Via Breda/Spooras en de huidige onderwijslocaties?
6. Breda 2030, braakliggende terreinen
Het aantal braakliggende terreinen in de stad neemt toe. En veel van deze terreinen liggen op centrale plekken in de stad: zoals langs de Spooras, CSM, Hero, Via Breda, de Tramsingel. Geen visitekaartje voor de stad, vinden zowel studenten als wijk- en dorpsraden. De stelling luidt in dit geval: de gemeente zet zich actief in om de belangrijkste braakliggende terreinen voor de stad ingevuld te krijgen. Welk terrein moet prioriteit krijgen en waarom?
Tot nu toe deden ruim 500 betrokkenen mee aan de eerste verkenning naar de toekomst van Breda. Opbrengsten uit de gesprekken, de onderzoeken, ontwikkelingen en trends en het bestaand beleid is geanalyseerd. Momenteel legt het college een lijst met totaal 19 afwegingen opnieuw voor aan de stad. Daarmee start fase twee van het open proces: de samenvoegende fase. Via debatten, gesprekken en bijeenkomsten en ook online kunnen belangstellenden meedoen op de
website,
Twitter en
Facebook.