REGIO |
03 februari 2012
|
reageer
|
Door Wendy de Liefde, dichtbijredacteur
AMSTERDAM - Met de komst van natuurijs vliegen de verkoopcijfers van schaatsen weer omhoog. Want hoewel we de laatste drie jaar al wel verwend zijn met ‘schaatswinters’, zijn er toch veel mensen die snel nog even nieuwe schaatsen willen kopen. We zetten de verschillende modellen even op een rijtje.
Friese Doorloper
De bekende houten Friese Doorloper verliest tegenwoordig terrein aan kunststof varianten. Het model is door de jaren heen wel hetzelfde gebleven. De ‘doorloper’ is een schaats voor beginners die laag op het ijs staat. Met banden of gespen wordt de voet op een plateau bevestigd. Andere benaming –de ene keer geringschattend, dan weer liefkozend- is ook wel ‘houtjes’. Dat gaat niet op voor de kunststof instapmodellen natuurlijk. Daarbij is vooral de “Easy glider” snel populair geworden. Groot voordeel bij deze schaatsen is dat de eigen schoenen aan kunnen blijven… hoewel niet iedereen dat als een voordeel beschouwt.
Lage en hoge noren
Noren zijn inderdaad genoemd naar de inwoners van Noorwegen. Daar kwamen ze er als eerste achter dat je beter het ‘mes’ in een ronde buis kunt monteren voor betere stabiliteit. Bovendien heeft een noor een vaste schoen. De schaats is vooral bekend geworden na de introductie in 1954 op het ijs in Thialf Heerenveen.
Er zijn ‘lage’ en ‘hoge’ noren. De lage Noor is een schaats die hoger op het ijs staat dan de Friese doorloper en geschikt is voor zowel beginners als gevorderden. De hoge Noor is meer geschikt voor gevorderde schaatsers. De schaats is ongeveer 3 cm hoger dan de lage Noor en wordt gebruikt wanneer de snelheid van de schaatser zo hoog is dat hij of zij door het schuin hangen in de bocht met de schoen het ijs zou raken. Bij het rechtuit schaatsen maakt het geen verschil of je een lage of hoge Noor draagt. De lage Noor geeft meer stabiliteit.
Combi-noren
De Combi-noor is een combinatie tussen een skischoen en een Noor. Door stevig kunststof tot boven de enkels wordt enkelzwikken bij het afzetten tegengegaan. De Combi-noor wordt vooral gedragen door beginnende schaatsers en mensen met ongetrainde enkelspieren of een slechte balans. Met name voor mensen met zwakke enkels of instabiele gewrichten is deze schaats vaak een uitkomst gebleken.
Kunstrijschaats
Zoals de naam het al zegt is de kunstrijschaats speciaal ontworpen voor het kunstrijden. Het ijzer van de kunstrijschaats is hol geslepen en heeft een aantal zaagvormige tanden bij de punt, als hulp bij het maken van pirouettes en sprongen. Een kunstrijschaats heeft een hoge schoen voor veel stabiliteit en steun.
IJshockeyschaats
Een ijshockeyschaats is vergelijkbaar met de combi Noor, maar heeft een kort ijzer met een sterke ronding, waardoor deze schaatsen erg wendbaar zijn.
Shorttrackschaats
Shorttrackschaatsen zijn extra hoge Noren met een lichte kromming in het ijzer. Deze kromming heeft als doel om korte bochten te kunnen maken op de ijshockeybaan, waar shorttrack beoefend wordt.
Klapschaats
Veel gevorderde schaatsers rijden op klapschaatsen. Klapschaatsen beschikken over een mechanisme, waarbij de hiel loskomt van de schaatsijzers tijdens de afzet van de schaatsbeweging. Hierdoor kan het afzettende been volledig strekken (de schoen is van het ijs, maar de schaats nog niet) en kan langer afgezet worden tegen het ijs.
Duoschaats
Dit is mogelijk de schaats van de toekomst. Bij de duoschaats bestaat het ijzer uit twee losse delen, waarbij het achterste gedeelte aan de schoen vastzit en als het ware het ‘klapgedeelte’ van de schaats is. Zo zou er nog meer balans en krachtoverbrenging op het ijs komen. De schaats wordt momenteel door enkele wedstrijdrijders uitgeprobeerd en is nog niet in de handel.