FANNAUW HOPPE |
10 december 2010
|
reageer
|
Door Marleen Hartog, dichtbijredacteur
ALKMAAR - Overheden moeten bepaalde opdrachten (Europees) aanbesteden. Wanneer zij wel of niet daartoe verplicht zijn, is vaak onduidelijk. In dit tweeluik ga ik in op de belangrijkste valkuilen. In dit deel 1 behandel ik opdrachten die onder de drempelwaarde blijven.
Drempelbedragen
Vanuit Europa is vastgesteld dat grotere opdrachten door overheden Europees moeten worden aanbesteed. Daar gelden bepaalde Richtlijnen voor, die redelijk gedetailleerd aangeven hoe er gehandeld moet worden; de wijze van publiceren, partijen gelijk behandelen, transparant zijn, het stellen van redelijke (proportionele) eisen, enzovoorts. Deze bedragen zijn als volgt vastgesteld:
Opdrachten voor werken (zoals infrastructuur e.d.): € 4.845.000
Opdrachten voor diensten en leveringen door de Staat: € 125.000
Opdrachten voor diensten en leveringen door decentrale overheden € 193.000
(gemeentes, provincies, e.d.)
Overigens hebben gemeentes vaak een eigen aanbestedings- of inkoopbeleid, met vaak veel lagere bedragen. Op grond van dat beleid zijn zij dan al veel eerder verplicht een aanbesteding te houden.
Uitzonderingen
In de Richtlijnen bestaan ook opdrachten die zijn uitgezonderd van de aanbestedingsplicht, bijvoorbeeld als het de staatsveiligheid betreft. Of als de opdracht in eigen beheer wordt uitgeoefend. Een andere opvallende uitzondering zijn de ‘concessies’. Dat zijn opdrachten waarbij het risico van de exploitatie ligt bij degene die de opdracht uitvoert. Te denken valt aan het exploiteren van een openbare parkeergarage. En dus de ‘kleine opdrachten’ die een lagere waarde hebben dan de drempelbedragen.
Uitzondering op de uitzondering
Juist bij concessies en kleine opdrachten is het oppassen geblazen voor de overheid. Vaak gaat de overheid er van uit dat zij volledige vrijheid hebben om onderhands de opdracht te gunnen, of zelf een paar partijen te kiezen. Het is echter al meerdere malen uitgemaakt dat ook als de Richtlijnen niet van toepassing zijn, de opdracht vooraf voldoende bekend moet zijn gemaakt en dat geïnteresseerden op gelijke wijze een kans kunnen maken op de opdracht. Dit volgt uit de ‘beginselen van het Verdrag van de Europese Unie’.
Op wat voor manier dit bekend moet worden gemaakt, is per situatie verschillend. Vaak zal het in de regionale krant worden geplaatst, of op de website. Maar als iemand zich als geïnteresseerde meldt, moet die ook worden meegenomen in de procedure en kan de overheid niet zomaar bepalen dat alleen andere (plaatselijke) partijen meedoen. Hier schreef ik al over in een eerdere column.
Commissie geeft aanwijzingen
In 2006 heeft de Europese Commissie al getracht duidelijk te maken hoe overheden het beste hier mee om kunnen gaan (klik hier). Hoewel er veel discussie is over dit stuk, heeft de Europese rechter bevestigd dat de inhoud van die mededeling juist is (klik hier). Wel is het de vraag of het in deze regio een grote rol speelt. De Europese rechter vindt namelijk wel dat er een ‘internationale dimensie’ moet zijn aan de opdracht. Wanneer dat precies het geval is, blijft een moeilijke kwestie. Als de waarde van de opdracht in de buurt komt van de drempelbedragen, zal dit sneller worden aangenomen, dan als het om een echt kleine plaatselijke opdracht gaat.
| Hebt u een juridische vraag? E-mail die naar f.hoppe@vandiepen.com. Advocaat Fanauw Hoppe behandelt de meest interessante vraag in zijn volgende column. |
Lees ook: