NOORD - Juist op het moment dat stadsdeel Noord zijn dertigjarig bestaan viert, wordt er in de Tweede Kamer volop gedebatteerd over het wel of niet afschaffen van de stadsdelen. Volgens stadsdeelvoorzitter Rob Post een hele slechte zaak voor Noord. Woensdag 30 november wordt er in het Stadsdeelhuis een burgeravond aan dit onderwerp gewijd. Dan komen voor- en tegenstanders aan het woord.
'Het zou zo ontzettend zonde zijn als minister Donner zijn zin krijgt', zegt Post terwijl hij in zijn werkkamer een blik werpt op de kaart. 'Noord was in 1981, toen het experiment van de stadsdelen van start ging, het afvoerputje van de stad. Althans, dat was de benaming die Theo Fransman, de eerste stadsdeelvoorzitter van Noord, er aan gaf. Inmiddels zijn we een stadsdeel waar soms met jaloezie naar wordt gekeken. De scheepswerf is veranderd in een media creatieve industrie. Dat is ook het eerste waar ik aan denk bij 30 jaar stadsdeel Noord.'
Bewoners moesten toentertijd meer invloed uit kunnen oefenen op beslissingen in hun eigen buurt, zo was de stelling. Daarom werd er een proef gestart met lokaal bestuur. Noord met toen zo'n 80.000 inwoners en Osdorp met iets meer dan 20.000 inwoners, werden voor de proef uitgekozen. Post: 'Noord is in die zin wel een apart stadsdeel omdat het een eigen karakter heeft. Hier heerst een mentaliteit van 'doe maar normaal'. En dat is eigenlijk nog steeds zo. Er zijn zo'n 17 buurten. Een mozaïek van wijken waarin een sociale cohesie heerst. Een mooi voorbeeld vind ik Vogeldorp. Zoals iedereen weet, niet een van de welvarendste wijken, maar wel een buurt waar eigenlijk nooit iets gebeurt. Dat is mooi. Mensen voelen zich verbonden met elkaar.'
En juist die diversiteit moet bewaard blijven, vindt Post. Het bestuur moest dichter bij de burger komen te staan, dat was het idee. 'Vlak na de Tweede Wereldoorlog waren al de eerste ideeën voor een stadswijkraad', doceert Post. 'Er is toen een aantal initiatieven ondernomen en in de zeventiger jaren werd er een heus plan ontwikkeld. De proef in 1981 zou aanvankelijk vier jaar duren, waarna een evaluatie zou volgen. Budget en ambtenaren moesten naar Noord komen, dat was de opdracht. Walter Etty heeft destijds de eerste Raad geïnstalleerd. Maar hoe het precies met de budgetten zat, was niet duidelijk.'
De afgelopen dertig jaar heeft Noord drie fases gekend. Theo Fransman zat de eerste jaren duidelijk in een pioniersfase, daarna kwam er een periode van Ger de Visser die het beste kon worden omschreven als consolideren. Van 1994-2002 volgde de periode Hans Oosterbaan die vooral plannen maakte voor de toekomst. 'Ik zit nu sinds 2004 in, zeg maar, de uitvoerende fase. Mijn missie was en is om Noord sterk en sociaal te maken. Dan is werkgelegenheid een belangrijk goed. Daarom is het ook zo ontzettend belangrijk om bedrijven naar Noord te halen. Doelstelling is om werkgelegenheid te laten toenemen met duizend tot 1.500 arbeidsplaatsen per jaar. Dat lukt heel aardig. Hoewel we nu door de economie worden geremd en er een bouwcrisis is, staat Noord er goed op.'
Post vreest dat Noord opnieuw het afvoerputje van de stad gaat worden als Donner zijn zin krijgt. Sterker nog, Noord zou nooit zo'n ontwikkeling als nu hebben doorgemaakt als er geen stadsdelen waren geweest. De bereikbaarheid en de benaderbaarheid werken alleen maar in het voordeel van de burger. Natuurlijk wordt er wel gemopperd op het bestuur. Maar dat moet ook, vindt Post. 'Je moest eens weten hoe vaak de Centrale Stad in het verleden plannen heeft gemaakt om het Vliegenbos te bebouwen. Daar konden wij gelukkig altijd een stokje voor steken. En zo kan ik nog vele voorbeelden noemen. Centraal bestuur is niet altijd een voordeel. Bovendien is het niet goedkoper.'
Op 1 december wordt er wel feestelijk stilgestaan bij het dertigjarig bestaan. 'Feestelijk maar sober', zo voorspelt Post. 'Er wordt onder andere een symposium gehouden waarbij Tweede Kamerlid Willibrord van Beek (VVD), voorstander van het afschaffen van de stadsdelen, in debat gaat met diverse gasten. Maar belangrijker is: wij gaan niet stilzitten. Daarom heb ik in de Raad een ieder opgeroepen een toekomstvisie te schrijven voor 2014. Dat is volgens mij dè anti-depressiepil. Want bij de pakken neerzitten, daar heeft niemand wat aan.'