AMSTERDAM/STERRENSTAD - Met acht kilometer per seconde zweeft ESA astronaut André Kuipers (53) straks door de ruimte. 'Amsterdam kun je goed zien van zo'n afstand. Maar je moet wel op tijd gaan kijken, met zo'n snelheid mis je het zo en zie je Denemarken al weer.' De geboren en getogen Amsterdammer vertrekt op 21 december voor bijna een half jaar naar het International Space Station (ISS). Het aftellen is begonnen.
Waar is de liefde voor de ruimtevaart vandaan gekomen?
Mijn oma gaf me ooit drie exemplaren van Perry Rhodan, een science fiction romanserie die zich afspeelt in de ruimte. Ik raakte er al gauw aan verslingerd. Ik zat toen op de Van der Waals scholengemeenschap, het huidige Amstellyceum aan de Mauritskade, en liep vanuit school via het Tropenmuseum naar de Commelinstraat. Daar zit een tweedehands boekwinkel waar ik altijd ging speuren of er nog exemplaren van Perry Rhodan waren binnengekomen die ik nog niet had. Ik kan wel zeggen dat met die boeken mijn ruimtevaartdroom is begonnen.
Ik dacht vroeger trouwens niet dat ik ook zelf echt astronaut zou worden. Ruimtevaart was voor mij iets voor Amerikaanse testpiloten. Een oom van mijn moeder, ome Sander uit de Indische buurt, ging altijd op reis naar gekke landen, zoals China, Cuba en de Sovjet-Unie, en bij zijn thuiskomst vertelde hij over het Sovjet ruimtevaartprogramma. Maar dat was helemaal een vreemde wereld. Ik had toen echt niet het idee dat het voor Europeanen was weggelegd. Toen Wubbo Ockels eind jaren zeventig werd uitgekozen voor een ruimtemissie dacht ik: 'Hé, een Nederlander. En geen testpiloot.' Het was dus haalbaar.
Hoe bereidt u zich momenteel voor op uw reis?
Ik verblijf nu in Sterrenstad vlakbij Moskou, de plek waar astronauten worden getraind voor hun reis. Ik moet af en toe in de centrifuge, om te voelen hoe het is om handelingen onder grote G-krachten uit te voeren. Toen ik vroeger bij de Koninklijke Luchtmacht zat heb ik dat ook vaak moeten doen, het klinkt erger dan het is. Ook spelen we allerlei mogelijke scenario's na, zodat we daarop voorbereid zijn. Ik oefen bijvoorbeeld de handmatige nadering en koppeling en ik leer wat ik moet doen als ik alleen terug zou moeten vliegen naar de aarde. Maar in het echt komen zulke situaties bijna niet voor. In werkelijkheid blijven alle lampjes op groen. Je kunt zelfs een dutje doen of muziek luisteren voor de start.
Waar kijkt u het meest naar uit?
In 2004 ben ik ook in de ruimte geweest, toen duurde mijn reis slechts elf dagen: twee dagen vliegen en negen dagen in het ISS. Toen ik daar een beetje gewend was aan de gewichtloosheid moest ik alweer terug. Ik kijk nu enorm uit naar het moment dat ik me thuis voel in de ruimte. Eerst moet je wennen, je hebt een beetje een jetlag door de rare tijden, je wordt ruimteziek. Op een gegeven moment weet je waar alles is, de gewichtloosheid wordt iets wat juist heel fijn is en je wordt een echt ruimtewezen. Daar kijk ik enorm naar uit.
Natuurlijk is het behelpen daarboven, het voelt af en toe een beetje als kamperen in de woestijn. We hebben bijvoorbeeld geen douche, we gebruiken natte handdoeken om ons te verfrissen. Dat is lastig, aangezien we ook tweeënhalf uur per dag moeten sporten om botontkalking te voorkomen. Ik scheer mijn hoofd met een tondeuse met een stofzuiger eraan. Uitademingsvocht, transpiratievocht en urine worden gerecycled zodat het weer drinkbaar is. Veel mensen vinden dat een vies idee, maar thuis doe je eigenlijk niet anders. Rioolwater wordt tenslotte ook weer gezuiverd, komt terug in het milieu en wordt weer drinkwater.
U bent van oorsprong Amsterdammer, wat heeft u met de stad?
Amsterdam blijft altijd mijn stad. Ik ben er geboren en getogen en heb er al mijn school- en universitaire tijd doorgebracht. Ik heb onlangs de hele serie Baantjer op dvd gekocht, zo leuk om de stad dan te zien en te proberen te herkennen waar een scène is opgenomen. Het historische en internationale aspect van de stad spreken mij enorm aan. Als ik die oude huizen zie, vind ik het leuk om te bedenken wat zich daar allemaal heeft afgespeeld. Het geroezemoes, de grachten, de bomen, het is mijn geboortegrond. Ik rijd ook altijd met genoegen een stukje om, om de stad te kunnen zien.
Toen ik in 2004 terugkeerde van mijn reis heb ik een aantal lezingen gegeven in het Planetarium in Artis. Dat wil ik komende zomer ook weer gaan doen. Ook zullen we tijdens de reis een live-verbinding leggen met het Planetarium.
Hoe ziet u de toekomst van de ruimtevaart?
Over 25 jaar staan er mensen op Mars. Maar goed, dat zei ik 25 jaar geleden ook! Het is een proces, ooit gaat het gebeuren. Ik hoop dat nog mee te maken als ik nog in functie ben bij de ESA, de European Space Agency. Dit wordt mijn laatste ruimtereis. Qua pensioenleeftijd en gezondheid zou ik er nog een aankunnen, maar er staat een nieuwe lichting astronauten te popelen om ook de ruimte in te kunnen gaan. Ik blijf op ESTEC werken en in de buurt van Amsterdam wonen, maar ga ook in het vluchtleidingcentrum in München werken, waar ik de toekomstige ruimtevaarders begeleid. Je werkt dan in een grote zaal met enorme schermen en het lijkt net of je er bij bent aan boord. Ik heb straks heel veel praktische kennis, die moet ik blijven gebruiken.
Wat kunnen wij op aarde leren van uw reis?
Dat wetenschap en techniek niet iets saais is waar alleen nerds in geïnteresseerd kunnen zijn. Het is uitermate boeiend en de wereld draait erop. De vooruitgang is te danken aan vernuft en nieuwsgierigheid van mensen, dat wordt ondergewaardeerd, vind ik. Ook zie je dat in de ruimte de westerse landen en Rusland, Duitsland en Frankrijk, Japan en Amerika nauw samenwerken, terwijl die elkaar niet lang geleden nog naar het leven stonden. Door die samenwerking komen we verder. En zo'n ruimtereis spreekt tot de verbeelding. Het is na de woestijnen, bergen, zeeën, polen en het luchtruim het huidige ontdekkingsdoel van de mens. Het is natuurlijk een prachtig avontuur.
Volg André Kuipers op twitter via @astro_andre of lees zijn blogs. De lancering vindt plaats op woensdag 21 december om 14.16 uur Nederlandse tijd.