FANNAUW HOPPE |
09 mei 2011
|
reageer
|
Door Diane Intres, dichtbijredacteur
ALKMAAR - De gemeente Hoorn heeft op 20 april 2011 een rechtszaak gewonnen over haar aanbestedingsplicht. Het betreft een zogenaamd bouwclaimmodel voor een deel van de nieuwbouwwijk in Bangert en Oosterpolder.
Casus
De gemeente heeft in 2004 een overeenkomst gesloten met een aantal ontwikkelaars voor de Bangert en Oosterpolder. Een bedrijf (EWF) met een grondpositie was het niet eens met de voorwaarden voor die overeenkomst en heeft deze niet willen tekenen. De andere partijen wel. Vervolgens heeft EWF geklaagd dat de overeenkomst in strijd zou zijn met het aanbestedingsrecht. Volgens EWF had de opdracht moeten worden aanbesteed. Ook zou een deel van de grond te goedkoop zijn verkocht, waardoor de gemeente verboden staatssteun heeft verstrekt. Op deze gronden eist EWF onder meer dat verdere ontwikkeling wordt stilgelegd. De gemeente heeft in 2010 gedurende de procedure de overeenkomst aangepast, zo valt uit het vonnis op te maken.
Aanbestedingsplicht
Er is de afgelopen jaren veel discussie ontstaan wanneer er bij projectontwikkeling sprake is van een aanbestedingsplicht. Ook de hoogste rechter, het Hof van Justitie van de Europese Unie, heeft hier de afgelopen jaren steeds meer inzicht in gegeven. Echter, in dit soort zaken is het een grijs gebied. Die plicht kan bestaan als de gemeente een ‘tegenprestatie’ levert of zelf bepaalde risico’s loopt (bezwarende titel) en zij bepaalde eisen aan het project stelt. Eisen die volgen uit de bestuursrechtelijke bevoegdheden, zoals het bestemmingsplan, vallen daarbuiten.
De gemeente heeft echter in eerste instantie ook een bouwplicht opgelegd. In 2010 is die plicht geschrapt. De rechtbank oordeelt dat in 2004 het opleggen van een bouwplicht nog niet kon leiden tot een aanbestedingsplicht. Dat is een opmerkelijke uitspraak, omdat de rechters normaal uitgaan van de laatste stand van het recht en dus geen rekening houden met eerdere uitspraken. Hier speelde mee, dat de Nederlandse overheid zelf ook altijd dacht dat het opleggen van een bouwplicht geen gevolgen zou hebben voor de aanbestedingsplicht. Uit latere uitspraken van het Hof lijkt dit wel op te maken.
De gemeente had ook een beleidskwaliteitsplan gemaakt, waar het project aan moest voldoen. Maar dit op zich is onvoldoende om tot een aanbestedingsplicht te komen. Ook lijkt het van belang dat EWF zelf ook in onderhandeling was met de gemeente in 2004 en op dat moment nooit heeft gesproken over een eventuele aanbestedingsplicht.
Staatssteun
Bij de verkoop van grond door de gemeente, bestaat er een risico dat deze te goedkoop wordt verkocht en daarmee staatssteun oplevert. Dit risico kan een gemeente uitsluiten door de grond te veilen, of deze te laten taxeren en vervolgens voor de marktprijs te verkopen. In dit geval heeft de gemeente pas in december 2010 een taxatie laten verrichten van de gronden. De conclusie van die taxatie is dat een marktconforme prijs is betaald. De kritiek van EWF op de taxatie is voor de rechtbank onvoldoende om die in twijfel te trekken.
Uitspraak
De rechtbank wijst daarom de vorderingen af. De gemeente, de ontwikkelaars en de toekomstige bewoners, kunnen opgelucht ademhalen, nu de bouw voorlopig voort kan. Het is niet bekend of er beroep komt. De vraag blijft wel hangen, hoe de rechtbank zou hebben geoordeeld, als de overeenkomst niet was gewijzigd. Voor projectontwikkelaars en gemeenten is het een waarschuwing de lopende en nieuwe projecten goed tegen het licht te houden. Een dergelijke procedure kan ook verkeerd uitpakken en dan zijn grote maatschappelijke gevolgen, zoals de rechtbank ook al opmerkt.
| Hebt u een juridische vraag? E-mail die naar f.hoppe@vandiepen.com. Advocaat Fanauw Hoppe behandelt de meest interessante vraag in zijn volgende column. |
Lees ook: