Goede Morgen?
Voordat in Nederland een eenduidig stelsel van oppervlaktematen werd ingevoerd, worstelde men in de landbouw met rekbare begrippen. Zo was vanuit de Middeleeuwen het begrip 'morgen' als landmaat bekend.
Het werd omschreven als het oppervlak dat een akkerbouwer gedurende de lengte van één morgen kon omploegen. Dat gaf direct verschillen daar het krachtige paard en de jonge kerel sneller ploegden dan een versleten lastdier of mens.
Daarnaast was er duidelijk verschil in makkelijk te bewerken dan wel weerbarstige grond. Dat resulteerde qua vierkante meters in de volgende getallen: in Rijnland 8.515, in Waterland 10.770, in Gelderland 3.180 en in Amstelland 8.129. Bij aan- en verkoop van land in aangrenzende gebieden diende er dus van morgen naar morgen gerekend te worden.
Maar dat was niet het enige verwarrende feit. De landbouw kende tevens het begrip bunder. Daaraan lagen roede en voet ten grondslag. Op zijn beurt stamde bunder af van het Latijnse bonnarium en dat werd in het Middelnederlands verbasterd tot: boenre, boender, buender en bonder. Maar helaas ook die maten varieerden per regio, zo kende de roede afmetingen tussen de 12 en 21 voet. Het duurde tot 1816 aleer er normering voor die oppervlaktematen werd ingesteld.
Gek genoeg verdween in het dagelijks taalgebruik der oppervlaktematen daarbij wel de term morgen, maar bleef de bunder bestaan. De bunder werd nu zelfs stilzwijgend gelijk gesteld aan de hectare en die beide vertegenwoordigen nog steeds een oppervlak van 10.000 vierkante meter.
T.J.