REGIO |
06 oktober 2011
|
reageer
|
Door de dichtbijredactie, Holland Combinatie (Witte Weekblad)
UITHOORN - Voor Ria Muniz was de vraag van vorige kandidaat Miranda Bechis aanleiding om herinneringen op te halen. Het rotanwinkeltje Minou zit al meer dan veertig jaar in de Julianalaan. De overbuurvrouw vroeg zich af hoe Ria het al die tijd heeft volgehouden tijdens alle veranderingen.
,,Mijn vader Wim Jongerling is hier in 1950 begonnen. Hij had een meubelmakerij op de Amsteldijk. In de Julianalaan begon hij met woninginrichting. In 1970 zijn we samen gaan werken als firma. Toen hij 65 jaar werd in 1981 heb ik het gekocht en ben ik officieel alleen verder gegaan. Ik doe het dus al heel lang. Ik kan het eigenlijk wel eens vieren. Ik heb nog een jaar bij Martha de Groot gewerkt in het winkelcentrum in Amstelveen, want ik mocht niet gelijk thuis komen. Ik moest eerst leren onder een ander te werken. Vroeger stonden hier meubels, lagen er rollen tapijt en hingen er gordijnen. Als klein kind mocht ik al mee naar beurzen. Eerst kreeg ik een eigen plankje dat ik vol zette met dingetjes die ik mooi vond. Dat werden twee plankjes. Het liep goed, dus het werd uitgebreid. Zo veranderde de winkel van woninginrichting naar onder andere rotan meubels en houten speelgoed."
Is de Julianalaan erg veranderd?
,,Heel vroeger was dit de winkelstraat. Er zat een manufacturenzaak, een melkwinkel, een sigarenzaak, een plantenwinkel. Hiernaast was een hoeden- en pettenwinkel met een naaiatelier. Ik ben de enige overgebleven winkel. We zijn één van de oudste winkels van Uithoorn. Ik woon al zestig jaar op hetzelfde adres boven de winkel. Vroeger kwamen de mensen steevast om vijf uur een borreltje halen in het café en iedereen had een vaste plek aan de bar. Dat is wel een tijdje heel anders geweest door de horeca hiertegenover. We hebben echt een rottijd gehad met veel overlast van jongelui. Ik werd gek van het dreunen van de muziek. Gelukkig zijn er nu nieuwe eigenaren en ben ik weer blij met mijn buren. Ik slaap 's nachts weer. Ik zou nergens anders willen wonen. Ik ben echt verknocht aan het Oude Dorp. Iedereen kent elkaar en komt een praatje maken. Dat maakt het leuk om hier te wonen."
Welke klanten komen bij u?
,,Ik heb in de loop van de jaren een vaste klantenkring opgebouwd. Vroeger werd er veel riet verkocht, toen werd het wat minder en nu trekt het weer wat aan. Veel rietzaken zijn verdwenen. Ik ben een van de weinige die de moeilijke tijd heeft overleefd. Daarom bellen mensen uit Amsterdam op om te vragen hoe ze hier moeten komen. Op maandag en dinsdag is het dorp uitgestorven, dus dan ben ik dicht. Op woensdag als er markt is, is het drukker. Als er evenementen zijn is het ook druk. Dus met alles wat ze organiseren ben ik blij. Veel klanten kopen uit nostalgie. Zo'n ouderwetse poppenwagen van riet, daar hebben ze zelf nog mee gelopen. Opa's en oma's kopen houten speelgoed voor hun kleinkinderen. Of mensen die niet van dat plastic speelgoed houden. Sommige dingen zoals stoelen, rieten wasmanden en boodschappen manden gaan nooit uit. Tegenwoordig verkoop ik ook aparte kettingen. Ik verkoop alleen dingen die ik zelf leuk vind. Zeker een keer per week ga ik kleine firma's af om aparte dingen in te kopen. Daarbij let ik vooral op de prijs. Ik ben verslaafd aan dingen zoeken voor de winkel. Eigenlijk vind ik inkopen leuker dan verkopen."
Doet u alles alleen?
,,Mijn dochter Marlou helpt met inkopen en heeft de etalage ingericht. Zij is mode- en interieurstyliste, maar ze wil niet de hele dag in de winkel staan. Het is moeilijk om een goede baan te vinden. Daarom doet ze nu een opleiding voor in de kinderopvang. Mijn man André is net met de VUT. Hij helpt me met klusjes en is ook de klusjesman van de buurt. Hij is Spaans. We gaan graag met de camper naar Spanje om familie en vrienden te bezoeken. We leven thuis een beetje op de Spaanse manier. We houden ervan om met vrienden aan een lange tafel te zitten en te eten en te drinken. We zijn bijna veertig jaar getrouwd. Hij is voor de liefde naar Nederland gekomen."
Vertelt u daar eens over?
,,In juni 1970 ging ik voor het eerst alleen op vakantie met een jongerenreis naar Torremolinos. Daar ontmoette ik André. Hij vroeg of ik zijn galerie wilde zien. Dat leek me wel interessant, maar het stelde niet zoveel voor. In september werd er bij mij thuis aangebeld. Er stond een flower-power busje voor de deur met allemaal hippies erin, waaronder André. Ze waren op weg naar Rio de Janeiro en maakten een tussenstop in Uithoorn. Daarna vertrok hij weer. In 1971 was mijn vader op vakantie en ik lag ziek op bed. We hadden toen nog personeel. Mijn tante en neef kwamen kijken hoe het met me ging. Toen ze de deur opendeden, sloegen de vlammen hen tegemoet. Ik moest via het dak vluchten. De hele winkel is afgebrand. André is meteen gekomen. We hebben in een caravan gewoond en alles weer opgebouwd. In augustus 1972 zijn we getrouwd. We vieren het ieder jaar. En weet je, drie van mijn vriendinnen zijn met vrienden van André getrouwd."
Wie wilt u als volgende kandidaat vragen?
,,Esther en Rob van café Bonaire. Het zijn jongelui die er zin in hebben en de rust in de straat hebben teruggebracht. Ik wil hen vragen waarom ze hun bruincafé 'Bonaire' hebben genoemd? Niet zo voor de hand liggend."