Zakelijk | 10 maart 2010
|
reacties (2) |
bron: De Almare
ALMERE - Marc Visser (34) is de jonge, energieke directeur van makelaardij Van der Linden. Zijn job is momenteel een moeilijke. Het bedrijf met zes vestigingen en tachtig medewerkers mag zijn positie niet verliezen. 'De komende twee, drie jaar zal er markttechnisch niet veel veranderen.'
'Nieuwbouw is één van onze specialiteiten, in Almere is 'nieuwbouw' alles wat je gebouwd ziet worden. Een nieuwe woning die na een paar maanden wordt doorverkocht heet 'bestaande bouw'. De beleving van wonen, en van woningen, is in een stad als Almere trouwens volledig anders dan in andere steden. Hier is een woning meer een onderdeel van de wooncarrière. De grootste klappers op de huizenmarkt zijn hier, in Almere, gemaakt. In de periode 1999 tot 2001 zagen wij soms prijsstijgingen van twintig procent per jaar. Bewoners hadden soms al na een jaar een overwaarde van honderdduizend gulden. Dat versnelde de doorstroom enorm. Zoiets is nooit meer geëvenaard. Ook niet in Almere zelf.'
'Vanaf 2001 was de grote groei eruit. Nederland had inmiddels te maken met kleine recessies en bijna-recessies. Maar in Almere werden er nog enorme aantallen woningen gebouwd. De overvloed bepaalde de prijs. Vergeleken met onze kantoren in Amsterdam hebben onze Flevolandse kantoren het meest last van deze financiële crisis. In Amsterdam verkochten we tot 2008 nog boven de vraagprijs. Dat is voorbij, en van de huidige omstandigheden kan ik echt wakker liggen. De komende twee, drie jaar zal er niet veel veranderen.'
'De nieuwbouw wordt hard geraakt. Het zijn langlopende trajecten, het kan drie jaar duren voordat woningen er staan. De verkoopprijzen gaan echter uit van de berekening vanaf de start van het traject. De prijzen van de woningen zijn aan het eind niet meer marktconform. Ze zijn dus te duur. Het resultaat is dat ontwikkelaars met verlies verkopen en geen nieuwe projecten oppakken. De gemeente verkoopt haar grond niet meer en moet alle zeilen bijzetten. Lokale ondernemers, zoals kleine aannemers, hebben er eveneens serieus last van. Zo ontstaan er overal grote tekorten.'
'De gemeente Almere heeft de ambitie om de vijfde stad van Nederland te worden. Ik geloof dat Almere dat in theorie kan zijn. Ruimte is er immers genoeg. De vraag is of je die groei kunt forceren. Andere steden, zoals Amsterdam, groeiden omdat er behoefte was aan woningen. Almere volgt een andere filosofie, een omgekeerd beleid. Maar het bouwen van heel veel nieuwe woningen leidt volgens mij niet direct tot een grotere aantrekkingskracht op mensen van buitenaf. De meeste wisselingen van woningen zijn interne wisselingen. Verhuizingen naar grotere woningen, of juist kleiner vanwege een scheiding. De instroom van buitenaf is momenteel relatief niet groot. Dat maakt dat de beoogde groei onverenigbaar is met de werkelijkheid van vandaag. Een verontrustende trend is dat momenteel een groot aantal woningen wordt verkocht met onderwaarde. Die mensen blijven achter met een schuld die noodgedwongen wordt meegefinancierd in hun nieuwe hypotheek. Veramerikanisering in Almere. Daar word ik bepaald niet vrolijk van. Groei kun je op papier mooi bedenken, maar kan in strijd zijn met de ontwikkeling in de praktijk. De landelijke vraag naar woningen kun je niet zomaar projecteren op Almere. Forceren zorgt voor een onnatuurlijk evenwicht. Wachten op de vraag naar woningen is stilstand, en dat is dodelijk voor de aantrekkingskracht van deze jonge stad. We moeten dus zoeken naar een middenweg.'
'In Almere kennen we de OBA, het Overlegorgaan Bouwnijverheid Almere. Daarin zitten projectontwikkelaars, bouwers, beleggers, makelaars en woningcorporaties. De OBA praat met de gemeente over de zorgen. Een voordeel van de crisis is dat er nu werkelijk naar ons geluisterd wordt. Wij zijn veel meer een serieuze gesprekspartner. Overigens zien we dat op alle disciplines. Partijen worden gedwongen samen te werken, alleen red je het niet. Toen ik directeur werd, halverwege 2009, heb ik mij afgevraagd of het wel het goede moment was om in te stappen. Ik kwam tot de conclusie dat het juist nu goed is om de mouwen op te stropen. Als wij hier zonder kleerscheuren doorheen komen, staan we ijzersterk.'