In Japan zijn ze gek op dit soort gekke autootjes, waarin je extravagant uitgedoste jongelingen of een vijftiger in de midlifecrisis rond ziet rijden. We hebben het over een auto als de Nissan Cube. Eindelijk durft het Japanse merk de oversteek naar Europa te maken. Is dat overmoed of zelfvertrouwen. Is de Europese, Nederlandse autokoper rijp voor de Cube? Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden. Uit de vele reacties is één ding duidelijk. Je vindt de Cube geinig of foeilelijk.
In ieder geval weet je dan als fabrikant dat je geen saaie auto hebt gemaakt. Saai is de Cube dus zeker niet. Extravagant, controversieel, geinig, stoer, trendy. Het zijn zo maar wat kwalificaties die je aan de Cube kunt geven. Nissan mikt met deze auto op mensen die een statement willen maken, die geen dertien-in-een-dozijn-auto willen rijden. Daar is ook de prijs op afgepast. De Cube is namelijk een totaal concept. Geen leuke snoet en verder een saai interieur, maar over zowel binnen- als buitenkant is nagedacht. Veel te kiezen is er ook niet. Er is één motor beschikbaar, namelijk een 1,6 liter benzinemotor. Er is wel een diesel, maar de nederlandse importeur denkt dat de vraag daarna gering zal zijn en levert die ook niet. Voorts kan men kiezen uit een handgeschakelde bak of CVT-automaat en uit de uitrus-tingsniveau's Pure en Zen. Wij reden met de Cube 1.6 Zen CVT. Die is met 22.450 euro de duurste. Het Nissan Connect navigatiesysteem met achteruitrijcamera kost 1.000 euro.
Asymmetrisch
Dat Cube naar kubus verwijst, is gezien het hoekige koetswerk wel duidelijk. De Cube is een (truken)doos op wielen, maar wel met een erker (neus waar de motor in ligt) en om de zijkanten wat spannend te maken flink uitgeklopte wielkasten. Wie de Cube eens goed van dichtbij bekijkt, zal zien dat hij asymmetrisch gevormde flanken heeft. Aan de kant waar de achterdeur (geen klep en afhankelijk van de plek waar het stuur zit, opent hij aan de kant van het trottoir) opengaat, heeft hij een soort wrap-around achterste zijruit, waardoor het lijk alsof de zijruit naadloos overgaat in de achterruit. Daar waar de scharnieren zitten heeft de Cube een stalen C-stijl.
Het is niet zo moeilijk om de concurrenten van de Cube op te noemen. Dat zijn de Kia Soul, de Daihatsu Materia, de Citroën C3 Picasso en de Toyota Urban Cruiser. Maar bij die concurrenten gaat het om de looks en is het interieur overgenomen van een ander, bestaand model. Zo niet bij de Cube. Hier is over het interieur nagedacht. Hij heeft de ronde vormen van een jacuzzi, heeft op veel plekken slimme opbergruimten, een apart vormgegeven dashboard en heel veel hoofdruimte. Achterin is de beenruimte beperkt en de bagageruimte is met 260 liter ook niet super groot. Je zit recht op en bovenop het dashboard ligt een ronde, hoogpolige vloertegel. Grappig gevonden, maar voor de rest nutteloos. Overigens is het stuur van hard plastic veel te glad. Het glazen dak (standaard) met shoji zonnescherm (lijkt op rijstpapier) laat lekker veel licht binnen en je kunt het rode verkeerslicht goed zien.
Ik moet eerlijk bekennen, dat ik niet zo'n fan ben van een CVT (Continu Variabele Transmissie). Je geeft gas en dan begint de bak behoorlijk te gieren. Laat je het gas een beetje los, dan wordt het wat rustiger maar maakt de Cube juist meer vaart. De 1,6 liter motor is met zijn 81 kW/110 pk en 153 Nm sterk genoeg om de Cube best wel vlotte prestaties te geven. Je kunt lekker opschieten. Met CVT is de Cube wel wat trager (170 km/uur in plaats van 175 km/uur en 12,4 in plaats van 11,3 seconden voor de sprint van 0 naar 100 km/uur). Ook drinkt hij iets meer. In de praktijk kwamen wij uit op 1 op 12,9.
Conclusie
Zoals de smart in het begin werd volgehangen met reclame van bedrijven, kunnen we ons voorstellen dat dit met de Cube ook gaat gebeuren. Het is namelijk een aandachttrekker van de eerste orde. Maar, zoals al eerder gezegd, het is meer dan alleen het uiterlijk. Het hele concept klopt. Geinig, trendy, buitenissig. Dat de Cube geen koopje is, komt deels door zijn complete uitrusting.